patrickvannoyen.reismee.nl

Halverwege mijn werk, vervolg

Hallo,

Het is hier ondertussen maandagavond, en ik sta met mijn blog hier al meer dan een week achter ... Tijd dus om nog wat te schrijven. Ik heb hier ondertussen een internetcafe gevonden om de hoek van waar ik woon en het internet is er snel, da's handig.

Toen ik vorige week maandag op het werk toekwam werkte de bel niet. Als ik vraag hoelang de bel al kapot is en wie ze zal maken of wanneer ze zal gemaakt worden krijg ik als antwoord enkel opgehaalde schouders. Ze vragen of ik het misschien kan oplossen. De toiletten zijn ook al enkele dagen stuk, er is iets mis met de watertoevoer, maar ook daar wordt blijkbaar niets aan gedaan. De week voordien had een jongen een ruit gebroken, maar de stukken glas bleven er gewoon inzitten. Toen een van de jongens zijn hoofd door het gat met de stukken glas stak sloeg de schrik me om het hart en kon ik het echt niet meer aanzien, Ik heb toen zelf de resterende stukken glas er uit geslagen en opgeruimd. Ik heb zelf ook het naambord op straat opgepoetst. Het was overplakt met reclame maar niemand had tot dan toe de moeite genomen om het te verwijderen.

Zo gaat het hier wel vaker. Mensen zien of weten dat er dingen mis zijn, maar nemem weinig initiatief om de handen uit de mouwen te steken om iets te veranderen. Da's eigenlijk ook een beetje wat ik enkele verslagen geleden bedoelde met een gebrek aan efficiëntie. Mensen nemen de dingen aan zoals ze zijn, ze gaan er van uit dat de dingen nu eenmaal zo zijn, ze nemen niet zoveel verantwoordelijkheid. Ik heb het er met een Nederlander die hier al vijf jaar woont nog over gehad. Zo'n 10 procent van de bevolking neemt verantwoordelijkheid en probeert iets van hun leven te maken, de rest moddert eigenlijk maar wat aan en probeert te overleven.

Ik moet het hier natuurlijk niet al te pessimistisch voorstellen, tegen maandagmiddag hadden enkele van de oudste jongens de bel gerepareerd, en ze werkt nog steeds ! In de loop van de week hebben ze ook getracht wat loodgieterijwerk uit te voeren, maar de meeste toiletten hebben nog altijd geen water. Al chance zijn er enkele toiletten die toch nog stromend water hebben.

Vlak voor het eten zie ik een van de jongens op de trap zitten, terwijl hij aan het proberen is om met een rode draad een blauw vestje te repareren. Hij zit echt beteuterd naar zijn vestje te kijken, en de reparatie lukt ook niet zo goed. Ik ga aan een van de personeelsleden vragen hoe dat nu eigenlijk zit, of ze zelf hun reparaties moeten uitvoeren, Blijkbaar hebben de meeste jongens toch nog een mama, de papas zijn meestal al geruime tijd van het toneel verdwenen. Er zijn enkele jongens die volledig wees zijn en die wonen dan bij een oom of een tante. De jongens gaan op zaterdag op eigen houtje naar huis, met de bus of de camion, en komen dan zondagavond of maandagochtend terug. Voor sommigen is het echt wel een lange reis, zo heen en weer van Hogar Mallorca naar thuis. De jongens wonen in de Hogar omdat hun moeder niet voor hen kan zorgen. Maar om even terug te komen op het repareren van kleren, als de jongens hun kleren stuk zijn moeten ze die zelf repareren, of het door hun mama laten repareren. Soms komt er een mama naar de Hogar om de kleren van haar zoon te repareren. De jongens strijken trouwens ook zelf hun kleren.

Op maandagnamiddag komt de mama van twee van de jongens naar de Hogar. Ze komt op mij afgestevend en geeft me twee zoenen, als dank voor wat ik voor haar zoons doe. Op zo'n moment weet je dat je met een goed werk bezig bent.

Vorige week was een van de jongens thuis gevallen en had hij zijn arm gebroken, Met die gebroken arm was hij naar de Hogar gekomen. Ik ben mee naar het ziekenhuis geweest om de breuk te laten gipsen. Het was ook best boeiend om zo in een zuidamerikaans ziekenhuis binnen te komen, al was het maar om te weten dat je er zelf als patient best buiten blijft. Ik denk dat het voor zuidamerika nochtans een goed ziekenhuis was - het is het enige ziekenhuis van het derde niveau ( de geneeskunde is hier georganiseerd op drie niveaus en het derde is het hoogste) , het is volledig uitgerust, met een kinderafdeling, een oncologieafdeling, maar toen ik door een openstaande deur een ziekenzaal binnenkeek en al die mannetjes daar zag liggen in hun zelfde pyama's had ik echt zoiets van laat me hier nooit terechtkomen. Het was wel een publiek ziekenhuis, de private ziekenhuizen zijn blijkbaar (een klein beetje) beter: Ik hoorde ook het verhaal van een priveziekenhuis waar patienten in bedden lagen onder lakens die besmeurd waren met bloedvlekken van andere patienten. Gezond blijven is dus de boodschap:

Vorige week is er ook een nieuwe vrijwilliger gestart, Aurelio in het Spaans, of Aurelien in het Frans, want hij komt uit Frankrijk. Hij heeft een sabbatjaar genomen en is al 9 maanden op reis, en is van plan om vier tot zes weken in Sucre te blijven. Hij is luchtverkeersleider en is goed in wiskunde en fysica, dat is goed meegenomen. De jongens kunnen er maar van profiteren.

Hasta la proxima,

Patrick

een rustige zondag in Sucre

Hallo,

Terwijl België slaapt is Bolivia nog wakker.

Ik heb er vandaag een rustige dag van gemaakt. Rustig ontbeten, daarna heb ik de Casa de la Libertad ( of het huis van de vrijheid) bezocht. Een museum dat in alle toeristische boekjes als een van de absoluut te bezichtigen zaken in Sucre geldt, maar ik vond er niet zo heel veel aan. Het is voor de Bolivianen een heel belangrijk gebouw want de onafhankelijkheidsverklaring werd er getekend, en er hangen allemaal zaken die zeer belangrijk zijn voor de Boliviaanse geschiedenis, zoals sabels van degenen die gevochten hebben tegen de Spanjaarden, oorkondes e.d., en ook schilderijen met de portretten van alle Bolivaanse presidenten, maar mij kon het niet zo echt boeien. Ik ben dan natuurlijk ook geen Boliviaan nietwaar. Nadien nog wat tijd genomen om te proberen mijn blog hier een beetje up to date te houden, wat tot nu toe niet zo goed lukt trouwens, al enkele leuke cadeautjes gevonden, en daarna de bus genomen naar de Mercado del Campesino. Dat is een typisch Bolivaanse markt waar de Bolivianen hun inkopen doen en waar je ook bijna geen toeristen tegenkomt. Ik heb daar wat rondgeslenterd en gefotografeerd. Het leukste moment van de dag was ongetwijfeld toen ik iemand in het Spaans ´dat is Patrick' hoorde roepen. Het waren twee jongens van Hogar Mallorca, het was een hartelijk weerzien, ze kwamen me direct stevig vastpakken ... Nadien ben ik om 4 uur naar de voetbal gaan kijken, Universitario tegen de Tigres van Potosi: Universitario heeft gewonnen maar het was toch weer een vrij matte bedoening. Ik had deze namiddag niets speciaals gepland, en een rustige namiddag was welkom. Ik weet in elk geval dat er op voetbalgebied niets boven good old Malinwa gaat. Ik heb trouwens vandaag de samenvatting van de match al gezien in redelijke kwaliteit, lang leve internet !

Vanavond heb ik nog met iemand afgesproken om te gaan eten, en dan op tijd mijn bed in want morgen start een nieuwe werkweek.

Tot later,

Patrick

halverwege mijn werk

Dag beste mensen,

Ik heb er ondertussen al twee werkweken opzitten in Hogar Mallorca, en zit dus al in de helft, het gaat vooruit. Ik wil nog niet aan denken aan het moment van afscheid nemen met de jongens.

Ik heb de voorbije weken ook echt als werk ervaren, net zoals ik vandaag ook echt het gevoel heb dat het weekend is en dat ik niet moet werken.

Ik werk van 9 u. 's morgens tot 12.30 u., dan eet ik samen met de jongens en heb dan een pauze tot 15 u. om dan tot 18 u. te werken. Ik was vrijdagavond ook wel doodmoe na een hele week werk, dat toch niet in je kleren kruipt. Het is ook niet altijd evident je te concentreren op schoolwerk, met een bende joelende, schreeuwende en spelende jongens rond je heen.

Mijn werk blijft hoofdzakelijk bestaan uit het begeleiden van de taken die de jongens voor de school moeten maken, en af en toe doen de jongens ook beroep op mijn al dan niet bestaande knutseltalent.Ik ben er wel van overtuigd dat het belangrijkste en het mooiste wat ik hen kan geven niet de hulp is bij hun taken, maar wel mijn aanwezigheid, mijn vriendschap, gewoonweg het feit er voor hen gedurende een maand te zijn. Ik krijg van hen dan ook dubbel en dik hun vriendschap terug, vandaar dat ik er niet echt naar uitkijk om binnen twee weken afscheid van hen te nemen.

Vorige week vrijdag was ik Ernesto aan het helpen, echt wel een schatje. Hij moest tien spaanse homoniemen opschrijven. Uiteindelijk vonden we er tien, maar in plaats van zijn taak af te maken was hij constant mañana aan het fezelen, mañana, mañana, meer zei hij niet. Mañana was wel een zaterdag, en op zaterdag werk ik niet. Ik probeerde hem toch te motiveren om samen met mij zijn taak af te maken, maar er kwamen alleen maar tranen. Hoe troost je nu zo'n ventje ? We zijn samen op een bank gaan zitten, ik sloeg mijn arm om hem heen en gaf hem een papieren zakdoek, maar Ernesto bleef ineengedoken zitten zonder dat ik met hem contact kreeg. Ik heb hem dan maar alleen gelaten, en even later zag ik dat hij toch terug aan het spelen was. Zijn papieren zakdoek had hij op de bank achtergelaten, het blad met de homoniemen die ik hem had opgeschreven had hij meegenomen. Als ik hem later vroeg hoe zijn presentatie van de homoniemen op school was geweest zei hij dat het goed was. Ik kan het maar hopen.Soms heb ik echt de indruk dat de jongens gewoon niet geïnteresseerd zijn in hun schoolwerk, of dat ze soms ook gewoon niet begrijpen wat ze moeten doen. Ze vragen soms hulp bij oefeningen waarvan ze blijkbaar nog nooit gehoorde hebben en waarbij ze dan kijken of ze het in Keulen horen donderen ...

Gelukkig is dat niet altijd zo het geval. Vorige week heb ik me drie dagen bezig gehouden met wiskundeoefeningen rond het zoeken van de grootste gemene deler, het kleinste gemene veelvoud, ontbinden in factoren, bewerkingen met breuken. Het zat allemaal ver weg naar na drie dagen was ik er toch terug mee weg. Hulp bij het maken van vermenigvuldigingen en staartdelingen zijn ze me ook al geregeld komen vragen, naar hoe je nu weer een negenproef maakt met een kruis weet ik toch niet meer hoor. Ik heb vorige week zelfs een 15 jarige jongen geholpen met algebra. Hij heeft me eerst wel een half uur moeten uitleggen waarmee hij bezig was, maar uiteindelijk snapte ik het toch en kon ik hem toch wat helpen. De jongens hebben vaak niet zozeer inhoudelijke hulp nodig, maar wel een beetje aandacht, en iemand aan wie ze kunnen vragen of ze goed bezig zijn, en die taak neem ik met plezier op mij.

's middags blijf ik ook altijd wel bij hen eten, en dat blijven ze geweldig vinden. Ze knipogen, zwaaien of roepen mijn naam in de hoop dat ik bij hen aan tafel kom zitten. Het blijft trouwens een fijn gevoel dat de jongens de hele dag door je naam roepen, da's toch een teken dat ze mijn aanwezigheid echt wel appreciëren.

Het eten dat ze krijgen vind ik wel zeer eenzijdig. Het is altijd een combinatie van rijst of deegwaren en aardappelen, met een beetje saus en vlees. Ik zeigisteren aan iemand van de talenschool dat ik dat toch een vrij eenzijdig menu vindt, maar ze vertelde me dat de kinderen in de dorpen niet gewoon zijn van groenten te eten, en dat ze dat dan ook niet lusten, zodat dit ook niet wordt klaargemaakt. Je zou natuurlijk ook kunnen proberen de kinderen groenten en fruit te leren eten ... Tijdens het eten wordt er ook steevast televisie opgezet, ook niet het allerbeste idee lijkt mij, maar wie ben ik ?

wordt vervolgd ...

Patrick

zaterdag in Sucre, of supporteren van op afstand

Hallo,

Ondertussen is het hier in Sucre 7 u. 's avonds, en liggen jullie in België waarschijnlijk al te slapen, tenzij het feestje op de KV nog altijd bezig is ?

Normaal was mijn plan er dit weekend met een gids op uit te trekken, weg uit de stad, de natuur in, maar de gids waarmee ik vorige week ben gaan stappen (daarover verder meer) was dit weekend blijkbaar bezet (hoewel hij me had beloofd zijn weekend vrij te houden ... ) zodat ik dit weekend in de stad blijf.

Vanmorgen ben ik na het ontbijt een hoedenfabriek gaan bezoeken. Het staat in geen enkel toeristisch boekje maar op de papieren placemat van het cafe waar ik vaak ga ontbijten stond publiciteit voor el museo del sombrero oftewel het museum van de hoed. Dat leek me wel wat om te bezoeken, dus had ik via het aan de school verbonden reisagentschap meer informatie gevraagd. Je moest niet reserveren, je kon er zo naar toe. Vermits het toch een heel eind uit het centrum ligt ben ik er vanochtend met de taxi naartoe gereden. De taxi zette mij af en wees me waar ik moest zijn. Sombrero Sucre heet de fabriek, met daarnaast een deur met daarboven museo del sombrero. De deur was wel dicht, met een gril ervoor en helemaal geen bordje met openingsuren of zo. Ik had wel al gezien dat de fabriekspoort even was open gegaan dus er werd blijkbaar gewerktop zaterdag. Ik ben dan maar aan de fabriekspoort gaan aanbellen en vroeg aan de man die kwam opendoen of het mogelijk was om het museum te bezoeken. Hij liet me dadelijk binnen en stelde me voor om te wachten. Na een tijdje kwam er een van de bazen van de fabriek naar mij en die zei dat het geen enkel probleem was om een rondleiding te krijgen. Ik betaalde er 10 bolivianos voor (ca. 1 euro) Kunnen jullie je voorstellen dat je in Belgie aan een fabriekspoort gaat aanbellen met de vraag de fabriek te mogen bezoeken en dat je onmiddelijk binnen mag ? Ik kreeg dus een prive rondleiding, in het spaans weliswaar, maar dat was nu niet echt een probleem. Het was de grootste hoedenfabriek van Zuid Amerika, er werken ca. 250 mensen. Ik kreeg een rondleiding in de hele fabriek, en kom zo kennis maken met het volledige productieproces, van het wassen van de wol, tot het handmatig op de hoeden naaien van de versieringen, de bloempjes en de strikjes op de vrouwenhoeden. Alle hoeden worden er gemaakt van schapenwol, deels Boliviaanse wol, deels Argentijnse wol. Het was echt een boeiende rondleiding. Uiteindelijk heb ik ook twee hoeden gekocht en een baret, voor alles samen omgerekend 15 euro. Je kan er niet met een koud hoofd voor rondlopen. 5 euro voor een hoed die volledig handmatig is gemaakt, en waarvan het volledige productieproces ongeveer 14 dagen in beslag neemt. Ik begrijp niet dat ze hun producten zo goedkoop kunnen verkopen. Ik heb natuurlijk niet gevraagd naar het loon van de werknemers, ik vrees dat het niet al te veel zal zijn ... Ik had wel een nadeel, mijn dik hoofd. Ik had echt heel weinig keuze, omdat er bijna geen hoeden in mijn maat waren, maar ikwas uiteindelijk toch blij met mijn aankopen. Tja, de nadelen van een dikkop te zijn of te hebben ...

Na het bedrijfs bezoek zakte ik terug af naar het stadscentrum, en vandaar ging het steil omhoog naar de mirador, een cafe waar je lekker kan eten en van waaruit je een prachtig zicht hebt op de stad en de bergen er rond. Daarna ben ik ook nog doorgewandeld naar een heuveltop buiten de stad. Het uitzicht op de top was niet geweldig, maar het was een mooie wandeling door een bos, en een goede oefening voor de trektochten die er nog staan aan te komen. Tijdens mijn wandeling was ik in een vrolijke bui, en zat ik heel de tijd met de liedjes 'Malinwa vooruit' en 'ons bomma die speelt bij de racing' in mijn hoofd. Ik had een heel goed gevoel, en op dat moment was de KV in Mechelen blijkbaar een feestje aan het bouwen. Als ik dan op mijn appartement aankwam en een berichtje kreeg dat het 5-1 geworden was kon mijn dag alvast niet meer stuk. Bedankt Marina voor de berichtgeving, blijven doen zou ik zeggen. In elk geval had ik vandaag het gevoel dat ik vanuit Bolivia toch ook ergens aanwezig was achter de Kazerne, en dat was best een heel leuk gevoel.

Wat staat er vandaag nog op het programma ? Nog wat schrijven hier, gaan eten, en in mijn stamcafe is er een folkloristische avond ten voordele van de straatkinderen, dus naar alle waarschijnlijkheid zal mijn dag daar wel eindigen.

Hasta luego,

Patrick

voetbal in zuid amerika

Hallo beste voetballiefhebbers en andere mensen die virtueel met me meereizen,

Omdat de salsales vorige week niet doorging besloot ik op het laatste nippertje te gaan kijken naar de wedstrijd in de Nissan Coppa Sudamericana tussen het lokale Universitario de Sucre - een van de beste teams uit Bolivia - en het Braziliaanse Palmeiras, voor de kenners de ploeg waar Ronaldo zijn oude dagen slijt. Ronaldo speelde uiteindelijk niet mee. Voor omgerekend een halve euro bracht een taxi me ter plaatse, en er heerste al een drukte van jewelste, vergelijkbaar met bij ons in Belgie. In tegenstelling tot bij ons is het hier helemaal niet moeilijk om een ticketje te kopen voor een belangrijke match, je spreekt gewoon een van de vele verkopers op straat aan. Ik betaalde uiteindelijk omgerekend 4 euro, valt best mee voor een wedstrijd die in Europa in de Champions League zou gespeeld worden. Voor omgerekend 3 euro had ik me ook al een shirt van de lokale ploeg gekocht, kwestie van me wat supporter te voelen, Spijtig genoeg hebben we verloren met 0-1, een doelpunt uit een rechtstreeks binnengetrapte vrijschop. De Bolivianen waren wel enthousiast en hadden een aantal kansen, maar ze waren zo hulpeloos inefficient. Ik vrees dat deze inefficientie zich niet enkel in de voetbal manifesteert. Enfin, we verdienden zeker een punt, er ging ook nog een bal van ons tegen de paal.

Het stadion waar de wedstrijd gespeeld werd was een stadion dat plaats biedt aan 25000 toeschouwers, maar het wasmaar voor 2/3 gevuld. Het was wel weer een groot verschil, van de armoede in het weeshuis naar een zelfs naar europese normen chique stadion.

Ik merkte toch ook heel wat verschillen op met het europees voetbal, die ik graag met jullie wil delen.

- Voor de wedstrijd - en ook nog tijdens de wedstrijd - wordt er vuurwerk afgestoken.

- Supporters zingen niet. Ze zitten voor zich uit te staren, maar echt liedjes zingen doen ze niet. Ik had me aan een iets enthousiaster publiek verwacht. Geen liedjes als malinwa vooruit of ons bomma speelt bij de racing. Geef me dan toch maar de mechelse supporters hoor. Er was wel een klein orkestje, dat heel de wedstrijd speelde, en enkele vuvuzelas maar voor de rest was er veel minder enthousiasme dan ik verwacht had. Ik vond het dan ook spijtig dat we niet scoorden, want ik had het stadion graag eens zien ontploffen.

- Je moet hier in Zuid Amerika echt al wel behoorlijk veel doen om een gele kaart te krijgen. Als je als laatste verdediger een doorgebroken spits neerhaalt kost je dat ook maar geel.

- Er zijn heel verkoopsters van allerlei vreemd en vies uitziende hapjes in het stadion, en ze blijken goed te verkopen.

- Het grootste verschil met bij ons is dat de scheidsrechter het terrein verlaat onder bescherming van politie in gevechtskledij die met hun schilden alles opvangen wat de supporters naar het hoofd van de scheidsrechter gooien, zoals flessen, eten, proppen papier, al wat je je maar kan voorstellen. Dat was echt wel heel wonderlijk om te zien. Ik denk niet dat ze hier in zuid amerika het stadionverbod al hebben uitgevonden.

- Ook hier in zuid amerika blijft er ongelooflijk veel troep op de grond achter, maar ik laat me toch niet verleiden om zelfs maar het kleinste papiertje op de grond te gooien.

Na de match ben ik met de taxi naar mijn stamcafe gereden om een mojito te gaan drinken voor mijn verjaardag en nog wat naar live muziek te luisteren. Toen was het tijd om te gaan slapen en mijn verjaardag af te sluiten.

Hasta luego,

Patrick

Mijn verjaardag in Bolivia

Hallo beste mensen in Belgie - en Kevin en Lieke in Nederland - met een aantal dagen vertraging kan ik jullie toch vertellen hoe ik mijn verjaardag hier in Bolivia beleefd heb. De ochtend begon alvast fijn met een aantal verjaardags smsjes. Bedankt daarvoor aan de verzenders. Toen ik na het ontbijt op de Hogar Mallorca aankwam wilde iedereen me feliciteren, ik weet niet hoeveel handen ik heb geschud en hoeveel felicitaties ik in ontvangst heb genomen, maar het waren er heel veel. Dat was in elk geval fijn, want de felicitaties waren echt gemeend.

Er moest natuurlijk ook gewerkt worden. Ik heb een jongen geholpen met zijn les biologie, volgens mij was het gewoon een huistaak op universitair niveau. Het was een les over het ademhalingsstelsel van de mens, en vorige week wist ik alles over longblaasjes, longvliezen, luchtpijp en al die dingen, maar ondertussen ben ik al weer een heleboel vergeten. Ik ben in elk geval blij dat ze op de Hogar een Spaanse Larousse illustre hebben.

Ik had op woensdag in de mercado drie mega grote chocoladetaarten besteld. Als je met meer dan 80 man taart wil eten heb je natuurlijk al een beetje taart nodig. Die taart bestellen was niet zo moeilijk, die taarten ter plaatse krijgen was iets anders. Ik kreeg drie van de grotere jongens mee om me te helpen dragen. Het waren dus echt grote taarten, taarten waar je met 30 man van kan eten. Jullie moeten ook weten dat taarten hier in zuid amerika niet ingepakt worden, je neemt ze zo gewoon over straat mee. De voedselhygienevoorschriften zijn hier praktisch onbestaande. Je loopt dus met je megagrote taart gewoon tussen het volk door, in de hoop dat je niet morst, dat niemand tegen je oploopt, dat je de taart niet laat vallen, dat ze niet smelt in de zon en dat de smaak niet verpest wordt door de vele uitlaatgassen van de autos. Er bestaat hier geen technische keuring voor voertuigen, dus jullie willen gewoon niet weten wat de autos hier allemaal voor vuiligheid de lucht in jagen. Omdat ik al die hindernissen toch niet echt zag zitten besloot ik maar een taxi te nemen. De taartverkoopster had gezegd dat we in de schaduw moesten lopen, niet zo evident op een stralend zonnige dag, maar dat het misschien beter was om een taxi te nemen. Dat hebben we dus gedaan, en het bleek een juiste keuze. Kunnen jullie het jullie voorstellen, drie jongens met elk een megagrote chocoladetaart op hun schoot op de achterbank van een taxi. Ik denk niet dat een belgische taxichauffeur ze zou meenemen. Een Boliviaanse taxichauffeur al chancedus wel. Ik had vooral schrik voor een bruusk maneuver van de chauffeur en zag de taart al tegen de voorruit van de auto plakken, maar dat gebeurde gelukkig niet. Ik prees me in elk geval gelukkig als de drie gasten met hun taart door de poort van de Hogar stapten. Jullie hadden de reactie van de anderen moeten zien, ze werden bijna gek van enthousiasme. Ze eten dan ook maximaal een of twee keer per jaar taart.

Daarna heb ik voor het eten wat fotos van de jongens getrokken, wat hun enthousiasme alleen nog maar deed groeien. In tegenstelling tot veel Bolivianen op straat wilden ze maar al te graag op de foto. Ik ga toch eens proberen uit te zoeken hoe ik jullie al fotos kan laten zien.

Dan volgde het moment van de dag. Ik moest vanvoor in de eetzaal gaan staan, samen met een andere jarige van de dag. Iedereen stond rond de taarten en zong verjaardagsliedjes. Daarna moest ik mijn bril afzetten en in de taart bijten. Wist ik veel waarom. Ik moest een van de versieringen van de taart bijten, en van zodra mijn mond de taart raakte duwden ze me met mijn neus in de taart. De andere jongen onderging hetzelfde lot. Blijkbaar is het een traditie in Bolivia, in alle sociale klassen, van groot tot klein en van jong tot oud dat, de jarige in de taart moetbijten om er daarna met zijn gezicht in geduwd te worden, Een andere traditie is dat de jarige het grootste stuk taart krijgt, das pas een goede traditie.

Het was dus een heel leuke verjaardag die ik me nog lang zal herinneren. Ikzelf en de kinderen hebben er van genoten. Tegen iedereen die het maar horen wilde zeiden ze dat ze taart hadden gegeten. Ik heb hen een onvergetelijke dag bezorgd, en zelf zal ik die dag ook niet zo snel vergeten. Ik werd nog de hele namiddag gefeliciteerd en moest nog vele handen schudden.

savonds was er normaal salsa les, maar omdat een aantal deelnemers zich blijkbaar hadden geschrapt ben ik dan uiteindelijk maar naar de voetbal gaan kijken, naar een wedstrijd van Universitario de Sucre in het kader van de copa Sudamericana, maar dat is een ander verhaal.

Patrick

Over van alles en nog wat

Hallo,

Net voor het eten heb ik nog even de tijd om hier wat te schrijven, in het gezelschap van een van de jongens die best benieuwd is wat ik allemaal aan het schrijven ben...

De jongens hier zijn vooral gefascineerd door de verschillen die ze zien tussen mij en hen. Vooral mijn klein brilletje intrigeert hen, een aantal onder hen hebben het al even op hun neus gehad, en mijn kaal hoofd. Hier in Bolivia zie je immers bijna geen kale mensen, ze hebben zo'n dik en stug haar dat het volgens mij niet uitvalt. De jongens willen voortdurend mijn hoofd aanraken. Bolivianen hebben ook geen haar op hun armen, dus vinden ze het ook geweldig om aan de haartjes op mijn armen te trekken. Ik slaag er ook niet in mijn horloge op de juiste tijd in Bolivia te zetten, dus ik loop hier rond met een horloge dat de juiste tijd in Belgie aangeeft. Dat vinden de jongens ook geweldig. Dan realiseren ze zich dat het in een ander land niet altijd even laat is als bij hen, en ze vinden het vooral geweldig dat jullie in Belgie aan het avondeten zijn terwijl wij hier nog maar aan het middageten zijn. Mijn blanke huid en rosse baardhaartjes trekken ook wel constant de aandacht, misschien toch eens tijd om me te laten scheren.

De jongens hier in Hogar Mallorca gaan ook allemaal naar school, maar ze hebben hier maar een halve dag school per dag, wat ik op zich niet zo veel vind. Sommigen gaan in de voormiddag, anderen in de namiddag maar er zijn er ook die 's avonds naar school gaan, van 6 tot 9 of van 6 tot 10. Dat zou bij ons toch onvoorstelbaar zijn. Doordat de jongens maar een halve dag naar school gaan hebben ze ook wel tijd om te werken. (Hoewel de kinderen natuurlijk niet zouden hoeven te werken ... ) Sommigen wassen auto's of poetsen schoenen, anderen werken in de bakkerij verbonden aan het weeshuis, waar ze de stiel van bakker kunnen leren. Hier in het weeshuis hebben ze ook allemaal hun taak. Zo moeten ze hun eigen kleren met de hand wassen, en moeten ze ook kuisen.

Ik werk hier met jonge Bolivianen, maar vroeg me ook al wel af hoe het de Boliviaanse senioren gesteld is. Zouden ze hier ook rusthuizen kennen ? Rusthuizen blijken te bestaan, maar enkel voor degenen die het kunnen betalen. Als je geen rustoord kan betalen en je kan jezelf niet meer behelpen moet je hopen dat je familie voor je zorgt. Spijtig genoeg hebben niet alle ouderen dat geluk, en die komen dan gewoon als bedelaar op de straat terecht. Je ziet op straat inderdaad wel wat oudere mensen die gewoon op straat overleven. Op dat punt kunnen de Belgische senioren zich enkel maar gelukkig prijzen.

Op woensdag heeft een van de jongens als taak 10 zinnetjes op te schrijven over de Chileense mijnwerkers. Vermits ik niet op de hoogte was van de laatste ontwikkelingen kon ik hem niet echt helpen, en op zo'n moment is het dus handig dat internet bestaat. Op die manier bleef ik zelf wat bij met de actualiteit, en kon ik de jongen helpen met zijn huistaak.

Daarna was er tijd voor een uurtje pingpong. Ze hebben wel een nieuwe pingpongtafel die ze onlangs gekregen hebben, maar ze hebben maar twee paletjes, die dan nog versleten zijn. Daar ñ}moeten ze dus met zijn allen mee spelen, en ze moeten dus allemaal in een rijtje wachten om een voor een een balletje te slaan. Stel nu dat er echt een getalenteerde jongen tussenzit, hij zou hier nooit veel kunnen oefenen...

Nadien is er een voor mij toch wel behoorlijk emotioneel moment. Een van de gastjes komt naast me zitten, en ik sla mijn arm om hem heen. We blijven zo een tijdje zitten, hij geniet merkbaar van de aandacht die hij krijgt, en er komen er enkele andere bijzitten. Het heeft zo wel iets, en ik geniet van het moment. Als ze je dan vragen of je een mama en een papa hebt, waar die wonen, waarom je niet bij hen woont, of je af en toe bij hen op bezoek gaat, tja, wat zeg je dan ? Dan kan je op dat moment alleen maar dankbaar zijn dat je in Belgie geboren bent en niet in Bolivia, en voor de rest sta je daar dan gewoon met je mond vol tanden en weet je gewoon niet wat zeggen. Als ze dan ook al verjaardagsliedjes beginnen te zingen, weliswaar een dag te vroeg, smelt ik helemaal. Ze zijn nieuwsgierig naar wat ik voor hen zal meebrengen, ze kijken echt uit naar mijn verjaardag en ik ook wel.

Als ik hen vertel dat ik mee blijf eten willen ze allemaal dat ik aan hun tafel kom zitten, ze vinden het geweldig dat ik met hen mee eet, en ze bedanken me daar uitdrukkelijk en uitbundig voor. Na het middagmaal heb ik even een dutje nodig, gewoon voor het bekomen van alle emoties.

Woensdagavond was er terug kookles, en dat was ook best gezellig.

Hasta luego,

Patrick

Mijn eerste werkdagen

Maandag ben ik dus echt begonnen aan mijn maand voltijds vrijwilligerswerk. Dat wil dus zeggen op zondagavond de wekker zetten, op tijd opstaan, gaan ontbijten in de stad (Je kan hier volledig ontbijten voor omgerekend 2 euro, dus daar kan je echt niet voor sukkelen) en om 9 uur aan de poort van Hogar Mallorca aanbellen. Het is rustig op de binnenplaats als ik toekom. Een heel aantal jongens is naar school, de anderen zitten in de studiezaal. In de voormiddag zijn we hier met twee vrijwilligers, Fiona uit het noorden van de UK en ik. Het is de bedoeling dat ik de jongens help met hun schooltaken, maar de schrik slaat me al om het hart als ik zie dat ze allemaal met wiskunde, natuurkunde of chemie bezig zijn. Laat dat nu juist de vakken zijn waar ik op school niets van terecht bracht. Uiteindelijk help ik een van de jongens die Chemie aan het studeren is. Hij moet me wel heel veel uitleggen maar uiteindelijk snap ik toch een beetje wat een atoomnummer is en wat het verschil is tussen protonen en neutronen. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog in mijn leven een tabel van Mendeljev zou vastnemen, waar een reis in Bolivia al niet goed voor is. De jongen die ik probeerde wat te helpen vond het trouwens geweldig dat hij me wat kon leren.

Verder was het een rustige voormiddag. De kinderen zijn ongelooflijk aanhankelijk. Tegen half een is het verzamelen geblazen voor het middageten. Iedereen netjes op een rij, als ze getoond hebben dat ze hun handen gewassen hebben mogen ze de eetzaal binnen. Eerst is er de naamafroeping van iedereen, dan is het tijd voor het gebed. Een van de jongens bidt voor, de anderen zeggen hem na. Degenen die te laat zijn voor het gebed doen toch nog de moeite om voor het eten zelf een gebedje te doen. Ik help met het ronddelen van het eten. Als iedereen aan het eten is ga ik in de stad zelf ook wat eten. Ik heb ook even tijd nodig om alle indrukken van die voormiddag even te laten bezinken. Het is onvoorstelbaar hoeveel handen ik schud vooraleer de hogar te verlaten. Mijn aanwezigheid wordt echt wel geapprecieerd, en dat doet deugd.

Maandagnamiddag werk ik van drie tot zes, en daarna ga ik onmiddellijk naar huis, om van half zeven tot de volgende ochtend acht uur te slapen. Mijn eerste volledige werkdag was best vermoeiend.

Op dinsdagvoormiddag heb ik rekeningoefeningen gemaakt met een van de jongens, vermenigvuldigingen en delingen, ook nooit gedacht dat ik dat ooit nog eens zou doen. De kinderen zijn wel heel blij met de aandacht die ze van de vrijwilligers krijgen. Ze weten ook al allemaal dat ik donderdag verjaar en ze zijn alvast heel enthousiast. Ik heb samen met hen twee uur schooltaken gemaakt, dan heb ik hen gewoon wat gezelschap gehouden. Om een vraag van mama te beantwoorden : ik houd me met een jongen tegelijk bezig, tot zijn taak is afgemaakt, daarna kan ik me bezig houden met een andere. Zo heeft er tenminste eentje een volledige huistaak gemaakt. Het valt trouwens niet altijd mee je te concentreren op schoolwerk met een bende joelende jongens om je heen. Soms zijn ze geconcentreerd aan het werken, maar ze kunnen eveneens vechtend of spelend achter mekaar aanzitten in de studiezaal.

Als ik zo met de kinderen bezig ben merk ik heel duidelijk dat er behoorlijk wat pientere ventjes tussen zitten. Ik vraag me af of, als we er met ons twee (Fiona en ik) niet zouden zijn, er iemand anders zou zijn om zich met de kinderen hun schoolwerk bezig te houden. Al bij al moet ik toch zeggen dat het leergierige jongens zijn die maar al te graag dat beetje aandacht krijgen dat hen meestal totaal ontbreekt. Ik ben vanmiddag bij hen blijven eten en dat vonden ze geweldig. Ze zijn me ook een voor een komen bedanken en hun bedankjes komen echt wel recht uit hun hart. De twee jongens die me super enthousiast vroegen om aan hun tafel te komen zitten worden omwille van hun enthousiasme wel gestraft en moeten buiten eten ... Een tijdje voor het middagmaal kregen ze een broodje en dan spurtten ze allemaal als hongerige varkentjes om in de rij te gaan staan om een broodje te krijgen. Een van de begeleidsters zei me trouwens dat de kinderen vaak hongerig zijn. Wat wil je, de meesten onder hen zitten allemaal in hun volle groei.

In de namiddag geef ik aan een van de jongens franse les, een andere vraagt hulp voor fysica maar dat lukt me echt niet.

Na het werk en na een verkwikkende douche heb ik nog de nodige energie om even de stad in te trekken, om een hapje te eten en een Mojito te gaan drinken.

Tot zover mijn twee eerste werkdagen,

Hasta pronto,

Patrick

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active