patrickvannoyen.reismee.nl

all my backs are packed

All my backs are packed, I´m ready to go,

Ik ben naar de kapper geweest, fris geschoren, heb mijn schoenen laten poetsen, ze blinken als een spiegel. Mijn boodschappenlijstje is afgewerkt, klaar dus om morgen op het vliegtuig te stappen.

Het was fijn dat jullie mijn reis mee volgden, binnenkort zien we mekaar in levende lijve.

Het verhaal over de mijn in Potosi houden jullie nog te goed, dat is beloofd, maar nu ben ik te moe om nog veel te schrijven,

Tot binnenkort in Belgie,

Patrick

Feria in El Alto, een leuke dag met een minder leuk einde

Hallo,

Dit wordt hier een van mijn laatste verhalen in Bolivia.

Vandaag was echt wel een groot contrast met gisteren, ik heb gisteren en vandaag twee totaal verschillende wijken van La Paz bezocht, en de contrasten waren ongelooflijk groot.

Gisteren begon mijn dag met een bezoek aan de valle de los animas (vallei van de geesten) en de valle de la luna (vallei van de maan). Twee stukjes heel bizarre natuur, een door de regen op een heel speciale manier geerodeerd landschap. Ik waande me even in een andere wereld, he zou ook een perfect landschap kunnen zijn voor een science fiction film of een film over de maan. Ja, het was best speciaal, maar spijtig genoeg zal ik jullie er geen fotos van kunnen laten zien. (zie verder)

In de namiddag ben ik wat gaan rondwandelen in de wijk waarenkele ambassades, de pauselijke nuntiatuur en het presidentieel paleis zijn. Het is eenmooie en chique wijk, maar dat is de wijk met de ambassades in Brussel ook. Er staan ook een heel aantal knappe, kleurrijke en blitse flatgebouwen. Het was echt een stukje van het moderne La Paz, waar je je niet in een ontwikkelingsland zou wanen. In de buurt van de amerikaanse ambassade mocht je zogezegd uit veiligheidsredenen niet fotograferen, zelfs de overkant van de straat niet, en in de buurt van het presidentieel paleis moest je zelfsaan de overkant van de straat lopen. Het was een speciale wijk, mooi maar ik had niet echt het gevoel in Bolivia te zijn.

In tegenstelling tot gisteren had ik vandaag het gevoel volop met mijn twee voeten in Bolivia te staan. Ik ben vandaag naar de feria in El Alto gegaan. El Alto is het hogergelegen deel van La Paz, dat op zich een autonome stad vormt en meer dan 600.000 inwoners telt. De feria gaat door elke donderdag en zondag, trekt een massa volk en is eigenlijk een reuzegrote markt waar je alles wat je je maar kan indenken - of toch bijna alles want een baret heb ik niet gevonden Vera - kan vinden. Het was een bijzondere ervaring daar op die markt rond te lopen, tussen al die Bolivianen en bijna geen buitenlanders. Waar ik gisteren in de chicque wijk bijna geen traditionele Bolivianen tegenkwam liepen er hier bijna alleen indigenos rond, heel veel vrouwen in traditionele Boliviaanse klederdracht met bolhoed. Het was eigenlijk een combinatie van een gewone markt en een rommelmarkt, heel veel dingen die bij ons op het containerpark zouden belanden werden hier nog aan de man of aan de vrouw gebracht,. Op dat punt zijn de Bolivianen wel duurzaam, ze laten niets verloren gaan, tot het kleinste onderdeel van een auto, een machine, ... , werd hier te koop aangeboden. Ik kwam ook een aantal barakken tegen, te vergelijken met kleine garageboxen, waar in elke barak een waarzegster of kaartenleester zat, en die hadden blijkbaar goed te doen. Als ik binnenkeek zag ik weer de typische dingen die je kan kopen om te offeren aan pachamama om geluk te vragen, ik zag zelfs precies opgezette katten, en kan alleen maar hopen dat het geen echte waren. Op de markt zag ik ook geestuitdrijvers (of hoe noem je zulke mensen). Een van hen was met een soort wierrook rond het hoofdje van een kind aan het bewegen dat vastgehouden werd door de mama. Ik kan alleen maar hopen dat dat kind niet echt ziek was, want wat de uitdrijving van geesten betreft heb ik toch zo mijn twijfels. Dat is een van de vele contrasten hier in Bolivia. Ze proberen een moderne staat te zijn maar anderzijds houdt de bevolking heel hard vast aan hun traditionele cultuur. Het contrast tussen wat ik gisteren en vandaag zag kon niet groter zijn. De publieke toiletten op de markt waren ook goedkoper dan elders, 50 centavos i.p.v. 1 boliviano. Ik moest alleen maar plassen en was daar heel blij om. In de toiletten waren namelijk geen deuren, je werd dus letterlijk te kakken gezet, Toen ik gedaan had met plassen en me omdraaide om mijn handen te wassen zaten er daar dus een stuk of vijf Bolivianen allemaal te kakken, gescheiden door een tussenschot maar niet afgeschermd door een deur. Het was best een vreemd gezicht, iets wat je je eigenlijk niet kan voorstellen. Nu begreep ik waarom de toiletten hier goedkoper waren dan elders.

Ignacio had me wel al verwittigd voor zakkenrollers in deze wijk en ook in de lonely planet stond dat je moest oppassen. Ik had mijn portefeuille dus in mijn rugzak zitten en mijn rugzak op mijn buik, maar helaas, toch ben ik het slachtoffer geworden van zakkenrollers, of eerder zakkensnijders. Al chance zijn ze er wel niet met mijn portefeuille of mijn papieren van door. Op twee momenten kwam ik in een soort opstopping van mensen terecht, waarbij een aantal mensen met hun schouders aan het wringen en duwen waren, en ik had zoiets van he komaan, rustig, doe niet zo lastig. Ik had natuurlijk niet door dat het zakkenrollers waren die het op mijn camera hadden gemunt. Ik had net een foto genomen en had mijn fototoestel in mijn hand, mijn hand in mijn zak,toen ik weer zo enkele mannen tegenkwam die in de menigte duwden en trokken, en met hun schouder tegen mij stompten. De moment daarna merkte ik dat mijn fototoestel weg was. Al chance had ik er gisteren een nieuw geheugenkaartje ingestoken, en lagen de geheugenkaartjes met alle andere fotos in mijn hotelkamer. Blijkbaar is de techniek van de zakkenrollers om toeristen te volgen - ik had dat natuurlijk niet door in al die drukte - en op het juiste moment toe te slaan. Een mevrouw wees me in de verte aan waar die dieven liepen, maar ik had echt geen zin er achter aan te gaan. Die mevrouw merkte toen ook op dat de zak van mijn broek was doorgesneden, en inderdaad bleek de zak van de broek die ik hier gekocht heb opengesneden te zijn. In die zak zat enkel een kleinigheid die ik gekocht had, die was wel weg, maar voor de rest was er niets weg. Oef. Ik dacht eerst dat mijn gsm in die broekzak zat en dat ze die ook meehadden, maar dat bleek achteraf niet zo te zijn. Volgens een mevrouw die ik sprak zijn het vooral Peruvianen die in La Paz op een georganiseerde manier komen stelen, en Bolivianen les geven hoe te stelen. Ik moet er wel aan toevoegen dat ik hier al meermaals heb ondervonden dat de Bolivianen de Peruanen echt niet kunnen luchten en zeer racistisch zijn tegenover hen. Hoewel ik mijn voorzorgen genomen had tegen mogelijke dieven was dat blijkbaar niet voldoende. Ik kan me alleen maar troosten met de gedachte dat ik niet de enige ben die het slachtoffer werd van zulke criminelen en dat ik zelf niet gekwetst werd, maar leuk is anders. Ik werd er zowaar een beetje triest van. Ik had ook zoiets van dat dit bij ons in Belgie evengoed kan gebeuren. Loop maar eens in Brussel rond. Ik ben natuurlijk ook wel blij dat ik alle andere fotos niet kwijt ben, en dat ik een diefstalverzekering heb. Ze zullen een serieuze aangifte krijgen.

Ondanks dit hoogst onaangename voorval zal ik toch vooral goede herinneringen overhouden aan dit toch wel heel mooie en heel speciale land.

Hasta luego,

Patrick

weer even reageren op jullie reacties

Hallo,

Bedankt voor jullie reacties, dat motiveert me om te blijven schrijven.

Bericht voor Tante Godelieve:

Vermits ze hier Sinterklaas niet vieren is het hier al al kerst wat de klok slaat sinds begin december. Wordt het commercieel aangepakt, ik zou zeggen oordeel zelf: Mega grote reclames met de kerstman op van Coca Cola en van Pepsi: Door bedrijven gesponsorde kerststalletjes, kerstmannen in de winkelstraat, verkoopsters in winkels met kerstmutsen op, vandaag heb ik aan een gevel de eerste hangende kerstman gezien en gisteren had de hond hier in het hotel een kerstkostuum aan. (Ik was blij voor dat beest dat hij het vanmorgen niet meer aanhad.) Ik moet wel zeggen dat ik vind dat Halloween nog commercieler was - ik kwam toen zelfs een hond tegen met een haloweenpakje aan, een zwart pakje met witte botten en een doodshoofd op - maar ik was toen in Sucre, een kleine stad, en dan valt dat natuurlijk meer op.

Bericht voor Tante Jeannine

Volgens mij breit mama helemaal niet veel. Als mama of jij graag wol willen, laat het me dan morgen weten, en zo ja eventuele hoeveelheid en kleur, dan zal ik vrijdag nog eens uitkijken.

Bericht voor San

Het vreemde is dat ze op de altiplano geen dalen hebben. Als je van een bergpas terug naar beneden gaat moet je maar afdalen tot zo maximaal 4200 m. Ze kennen geen diepe dalen, dus dat maakt het relatief comfortabel om rond te trekken. Het is wel vreemd zo een berglandschap zonder diepe dalen.

Bericht voor Parrain Raymond

Bedankt voor je tip, maar het probleem zou kunnen zijn dat ik niet rechtstreeks naar Brussel vlieg, maar moet overstappen in Miami en Madrid, en dat je in Miami waarschijnlijk zelf met je baggage door de controle moet, die wordt niet automatisch overgeheveld van het ene vliegtuig naar het andere. Ik zal de cactusjes in elk geval gewoon tussen de vuile was steken.

Een groen witte muts met flochkes. Nee, die ga ik hier niet vinden. Dat zijn niet echt de kleuren van de typische mutsen hier. Misschien zou je in Santa Cruz een groen witte muts kunnen vinden, want Oriente de Petroleo uit Santa Cruz is net voetbalkampioen geworden en die spelen in groen wit, maar dan zal het wel een muts zonder flochkes zijn, want in Santa Cruz dragen ze geen typisch Boliviaanse kleren. Die muts zal niet lukken, en het is misschien maar beter zo zeker om de rust en de vrede in de familie te bewaren.

tot zover,

Patrick

een hoogtepunt in mijn leven - vervolg

Op zondag was het uitzicht tijdens het middagmaal fenomenaal. Vlak voor ons een ijsmeer, en wat verder een gletsjer en besneeuwde pieken, het was echt genieten. Het was voor mij wel iets minder leuk om te horen van Ignacio dat de gletsjer de voorbije 20 jaar echt wel heel veel teruggetrokken was, dat Ignacio als kind nog geweten heeft dat de rotsen die ik zag allemaal gletsjer waren. Ik weet wel dat de opwarming van de aarde een terugtrekking van de gletsjers tot gevolg heeft, maar als je er zo met je neus opstaat moet je toch wel even slikken. Als de reisorganisaties dan blijven zeggen dat je op zo een trekking tot vlak aan de gletsjer kan komen vind ik dat als kritische reiziger echt niet kunnen. Ze zouden moeten zeggen dat dat vroeger kon, maar nu niet meer als gevolg van de opwarming van de aarde, maar dat zal wel geen goed verkoopsargument zijn zeker. In de lonely planet staat trouwens ook een foto van de laguna glaciar, waarop je ziet dat de gletsjer tot aan het meer komt, maar volgens Ignacio is de foto minstens 10 jaar geleden gemaakt, en is de gletsjer ondertussen teruggetrokken en komt hij niet meer tot aan het meer. Ze schrijven wel dat je de brokken ijs van de gletsjer in het meer kan zien vallen ...

Toen ik aan het meer stond kon ik Ignacio enkel dankbaar zijn dat hij me dit mooie stukje Bolivia liet zien, en voelde ik me ook heel nietig, als kleine mens in zo een indrukwekkend landschap.

Ignacio kent ook heel veel van de dieren die we te zien kregen, van alle vogels die we zagen vertelde hij me de naam. De pisti pisti en de ave maria of kara kara kon ik onthouden - aan jullie om de afbeeldingen ervan op internet op te zoeken - en hij bleef proberen me me de verschillen tussen llamas en alpacas uit te leggen, en hij bleef lachen als ik het weer eens mis had, maar hij probeerde dan ook altijd me er in te luizen. Hij leerde me ook dat llamas, in tegenstelling tot koeien die hun vlaaien laten vallen waar ze staan, intelligente beesten zijn die hun keutels niet zomaar overal achterlaten, maar dat ze altijd naar hetzelfde plekje gaan om hun behoefte te doen. Ze gaan trouwens met verschillende llamas allemaal op hetzelfde plekje, zodat de keutels geconcentreerd zijn en niet overal verspreid liggen, dat maakt het voor de wandelaar trouwens net iets makkelijker. Hun keutels zijn trouwens, in tegenstelling tot koeievlaaien, droog, zodat ze niet uiteen splashen als je er door loopt. Ignacio vertelde me ook dat llamas spuwen uit verdediging, en dat ze altijd op de ogen mikken van degene die hen bedreigt, slimme beesten die llamas.

Al chance is Ignacio ook een heel aandachtige gids. Toen we op een bepaald moment voorbij een wand met losliggende stenen wandelden en hij voorop liep bleef hij ineens staan en staarde hij naar boven. Hij riep iets naar mij wat ik niet verstond en dan riep hij kom vlug. In al mijn naiviteit dacht ik natuurlijk dat hij een of ander beest had gezien dat hij me wilde laten zien, ik bleef nog even staan en net op dat moment donderde er een stevige rotsblok naar beneden die tussen ons in door rolde en nadien met een stevige plons in het meer terecht kwam. Dank je Ignacio voor je oplettendheid. Ik was met mijn hoofd in de wolken in gedachten verzonken, maar Ignacio had duidelijk iets horen rommelen boven op de bergwand. Nadien was ik zelf toch ook wel aandachtiger als ik voorbij zo een rotswand trok.

Na ons heerlijk middagmaal zondagnamiddag trokken we terug omhoog een pas over rond de 4800 m. en toen we daarna aanonze kampplaats aankwamen was het terug wat aan het regenen. Nadien werd het nog een stralende namiddag en heb ik in mijn eentje nog een stevige wandeling gemaakt, vooraleer te genieten van het door Ignacio bereide avondmaal.

De ochtend daarop was het panorama iets anders dan toen ik de dag ervoor ging slapen. Het leek er op alsof ze op de zwarte rotsen een laagje poedersuiker hadden gestrooid. Het was grijs, het had die nacht goed geregend en boven op de bergtoppen blijkbaar flink gesneeuwd. Hoewel er geen straaltje zon te zien was heb ik mezelf toch overtroffen en geraakten we probleemloos op de pas op 4900 m. hoogte. Daar begon het wel stevig te sneeuwen en de hele afdaling hebben we gedaan in een mooi sneeuwlandschap, dat was eens iets anders. Het nadeel van wandelen in de sneeuw of de regen is dat je geen pauzes neemt of ook geen tijd neemt om te eten, dus stond ik op een bepaald moment geparkeerden als ik schrijf geparkeerd bedoel ik dat ook letterlijk, ik geraakte gewoon niet meer vooruit, had totaal geen energie meer. Ignacio kon me toch overhalen om nog even voort te wandelen tot aan een rots waar we iets beschut waren tegen sneeuw en kou, en zo kon ik gretig het middagmaal verorberen waarna ik terug mijn energie vond. We waren op dat moment druipnat en stevig verkleumd. Tegen half twee kwam dan de zon erdoor, en we konden uiteindelijk genieten van een zonnige namiddag. Ik was vooral blij dat we tegen het moment dat we aan onze kampplaats kwamen terug opgedroogd waren, want met natte kleren een tent in kruipen vind ik verschrikkelijk, dan blijft alles gewoon klammig en krijg je kou. Het was trouwens zeer aangenaam om vast te stellen dat Regina, de ezelbegeleidster, onze tenten al had opgezett, dat ze al warm water had gezet en dat ze ondertussen de groenten voor de soep aan het schoonmaken was. Gracias Regina. We waren trouwens twee uur later dan voorzien aan de kampplaats, on 17 uur, maar rekening houdend met de weersomstandigheden vond ik dat best nog een flinke prestatie van mezelf.

Die avond is het te koud om buiten te eten, en krijg ik avondmaal in de tent aangeboden. Het is best grappig, even de flap van mijn tent een stukje opendoen om de kou niet teveel binnen te laten, en zo een bord soep en een schotel lasagna aan te nemen, die ik met veel smaak verorber.

De ochtend daarop was een stralende ochtend, en we hebben heel de voormiddag genoten van echt heel mooi weer. Voor mij was het gisteren de mooiste dag van de tocht, met de mooiste zichten, maar dat zal ook wel aan het weer gelegen hebben.

We komen ook voorbij een verlaten mijn en de bijhorende mijnwerkershuisjes zijn ook verlaten en vervallen. Een van de vorige presidenten heeft op een bepaald moment alle mijnen geprivatiseerd en daardoor waren er veel minder mijnwerkers nodig. Uiteindelijk is in de mijn alle activiteit stilgevallen en is ze verlaten. We komen ook voorbij een mijn waar er nog gewerkt wordt, en voorbij een kerkhof waar alleen mijnwerkers begraven liggen. Ignacio zegt me dat het allemaal graven zijn van mijnwerkers die de voorbije veertig jaar gestorven zijn. Ik zeg hem dat het toch niet kan dat er in die periode zoveel mijnwerkers gestorven zijn, maar hij vertelt me dat toen de president de mijnen privatiseerde er heel veel mijnwerkers in opstand gekomen zijn om hun werk te behouden, en dat de president het leger toen de opdracht heeft gegeven om de opstand te breken waarbij er veel mijnwerkers gestorven zijn. Ja, Bolivia heeft er een bewogen sociale geschiedenis op zitten.

Ik vertel Ignacio over de vele tegenstellingen en contrasen die ik hier in Bolivia ervaren heb, en zo komt ons gesprek op de huidige president en Igancio vraagt me of ik hem een goede president vind of niet. Ik vertel dat ik daar heel moeilijk kan op antwoorden, dat ik wel zie wat de president al gedaan heeft (vb. het deprivatiseren van bedrijven en de mijnen om er terug overheidsbedrijven van te maken) maar dat er nog heel veel werk is en dat Bolivia nog een lange weg te gaan heeft.

We eindigen onze trekking met een stevige klim naar een pas op 4950 m. met werkelijk schitterende uitzichten in allerlei kleuren, waarna we afdalen naar de plek waar de auto ons staat op te wachten om terug naar La Paz te rijden. Eerst neem ik afscheid van Regina en van haar ezel, die een stevige aai van me krijgt . De tweede ezel had zich de dag voordien pijn gedaan aan zijn poot en was boven gebleven. Zijn collega moest dus de laatste dag alle last in zijn eentje dragen. Toen wij in de auto stapten waren Regina en de ezel al terug aan het klimmen richting bergpas, om terug te gaan naar het dorp waar ze woont. Ik weet nu in elk geval dat als ik nog eens zo een bergtocht doe, ik op voorhand enkele stevige wortels zal kopen. Zo kan ik op het einde van de tocht de ezel tenminste echt bedanken voor zijn zware werk.

Hasta pronto,

Patrick

een hoogtepunt in mijn leven

Hallo,

Zet jullie alvast schrap voor een lang verhaal. De weergoden moeten we hier wel graag zien want ondanks het feit dat het eigenlijk niet het geode seizoen is om in de bergen te wandelen is het een super geslaagde trekking geworden, met (meestal) prima wandelweer. Het was ook geen superzware trekking, mijn schoonbroer heeft me in het verleden al zwaardere tochten voorgeschoteld, maar dat was op het einde van een lange reis ook niet echt nodig.

De eerste dag was een rustige dag, we zijn om 9 u. vertrokken, hebben nog enkele inkopen gedaan, we zijn een tent gaan huren, hebben gemiddagmaald en zijn om half twee beginnen wandelen. De altiplano was echt wel een total ander landschap dan de landschappen waarin ik mijn vorige wandelingen maakte. Dat is ook logisch want ik wandelde nu constant boven de 4.200 m. Ik heb hier in Bolivia op verschillende hoogtes wandelingen gemaakt en het is echt onvoorstelbaar hoeveel verschillende landschappen ik te zien heb gekregen. Ook nu was het weer een prachtige omgeving : natuurlijke meren, llamas en alpacas die de karige begroeiing begrazen Het enige wat hier op deze hoogte groeit is een soort heel stug gras, waarvan ik de Spaanse naam weeral ben vergeten, maar dat llamas en alpacas om een of andere reden toch lekker schijnen te vinden. Ik begin er in te slagen llamas en alpacas uit elkaar te houden, maar Ignacio, mijn gids, schiet altijd in de lach als ik het toch weer mis heb. Rond drie uur waren we al op onze kampplaats, het is te zeggen een groot gebouw waar we binnen kunnen slapen en eten, dus kamperen is het niet echt. Eenmaal aangekomen is het gewoon genieten van het goede weer. Er is onderweg wel wat ijssneeuw gevallen, maar daarna scheen de zon terug. Ignacio stelde me voor nog een toertje te maken rond de vlakbij gelegen lagune. Het was een mooi wandelingetje maar op het einde voelde de grond zowat aan als een spons. De grond gaf mee met elke stap die je deed. Ik moest ook enkele plassen oversteken, en dan gebeurde het, jullie kunnen het al raden, ik stak een klein plasje over, zette mijn voet op de grond, maar stak pardoes tot aan mijn knieen in de slijk.Natuurlijk had ik uitgerekend die ene nog min of meer propere broek aan, en daar stond ik dan, druipend van de slijk. Er zat niets anders op dan te doen wat de Boliviaanse vrouwen zo vaak moeten doen, nl. Mijn broek, sokken en schoenen te wassen in de rivier. Zo heb ik dat ook eens gedaan. Ik had het geluk dat er in het riviertje een klein watervalletje was dat net genoeg kracht had om alle slijk van mijn broekspijpen, mijn sokken en mijn schoenen te spoelen. Mijn broek wa anderhalf uur later al terug proper en droog. (als je niet te nauw kijkt, maar dat doe ik hier al lang niet meer ). Verder was het genieten van de omgeving, van de zon, van de thee die Ignacio gezet had met de bijhorende koekjes. Traag reizen heeft zo zijn voordeel. We kwamen meestal zo rond 14.30-15.00 u. op onze kampplaats aan, zodat we alle tijd hadden om rustig onze tent op te zetten, thee te drinken, te relaxen en uit te rusten, te genieten van het landschap en de zon, om te schrijven. Het was zeker geen speedy trekking, en daar ben ik wel blij om. Ik kon echt wel genieten van het rustige tempo dat we aanhielden. Ik moest ook niet vroeg opstaan, Ignacio maakte het ontbijt klaar tegen 7.30 u, dat was pure luxe.

Toen ik zaterdag om 7 u: mijn ogen opentrok en naar buiten keek had ik wel een deja-vu gevoel, ik kon immers niets zien. Toen ik de deur opendeed overviel me een ijzige koude, en bovendien viel er nog eens ijssneeuw. Ik had al meer zin om terug in mijn slaapzak te kruipen. Na een bezoek aan het toilet was ik helemaal verkleumd. Ignacio zei dat we gewoon een uurtje zouden wachten, in de hoop dat het uit zou klaren, we hadden toch voldoende tijd, er waren maar vijf stapuren voorzien. En ziedaar, een half uurtje later kwam de zon erdoor, en onze klim tot aan de eerste pas (4850 m. hoogte) konden we bijna volledig in de zon doen. We zagen de donkergrijze wolken wel dichterbij komen, maar de rest van de dag bleef het op af en toe wat ijssneeuw na droog. Toen we op de boven op de tweede pas (4.900 m.) kwamen, was het opnieuuw helderder zodat ik nog enkele kleine bultjes van zo een twintig meter hoger kon opklimmen. We hadden hele mooie uitzichten, maar ik had me eigenlijk aan een ander landschap verwacht. Ik had me vooral aan besneeuwde pieken verwacht op deze hoogtes, maar eigenlijk was het een vrij bruin en grijs landschap – veel groen is er boven de 4.500 m: sowieso niet, hoogstens enkele mossen – met afgeronde bergen die me eerder hoge heuvels leken, maar op het einde van de wandeling kreeg ik wel het verwachte landschap : een prachtig blauw bergmeer, met daarachter een gletsjer en enkele besneeuwde bergtoppen. Tegen dan scheen de zon ook terug en kon ik rustig genieten van het prachtige uitzicht. Na de koekjes, de thee en het avondmaal kroop ik mijn tent in, voor een lange nacht. Ik ging slapen en ontwaakte de volgende ochtend met hetzelfde deuntje, tokkelende regen op mijn tent.

Op zondagnamiddag had ik om half vier verschillende redenen om mijn tent op te zoeken. Om dit verhaal te schrijven, om na te genieten van een geweldige dag, om voor de regen te schuilen, om de weergoden een dankgebedje te zeggen voor het mooie weer van zondag, om gewoon even uit te rusten, om te genieten van een hoofdstuk in mijn boek dat naar boven was gebracht door een ezel, waarvoor dank. Nee, niet ik was dit keer de ezel, maar een echte viervoeter. Dat beestje moet trouwens niet over de bergpassen klauteren, maar mag er rond gaan om op hetzelfde punt als wij uit te komen. Het zijn alleen mensen die zo gek zijn om over de bergen te klauteren. Mijn tent hadook een beetje een ezelaroma, dat is eens wat anders dan een zweetvoetaroma. Zondag was echt een prachtige dag, met alles wat ik van een dag in de bergen verwacht, prachtige besneeuwde bergtoppen, bergmeren, een kolkend bergriviertje dat we veiligheidshalve op onze blote voeten en met opgestroopte broekspijpen overstaken - een goede oefening voor mijn evenwichtsgevoel - af en toe wat handen en voetenwerk - waarbij Ignacio op de lastigste stukken zo vriendelijk was om mijn wandelstokken over te nemen zodat ik mijn handen vrij had om grip te zoeken op de rotsen – en niet te vergeten de zon, al was het ook maar een waterzonnetje. Zondag was ook letterlijk de hoogdag van deze reis, we staken immers een bergpas over op 5.050 m. hoogte. Het was het hoogste punt dat ik deze reis al wandelend bereikte, al kan het wel zijn dat ik in Uyuni ook op die hoogte ben geweest, maar daar was het per auto, dus dat reken ik niet mee. Het was ook het hoogste punt dat ik in mijn leven ooit al stappend bereikte, het vorige hoogtepunt was 5.001 m., vandaar de titel van dit verhaal. Ik was dan ook best fier op mezelf, en was blij dat ik op deze hoogte geen enkel lichamelijk probleem had, ik had geen last van de hoogte of van mijn ademhaling, en zelfs op 5.000 m. hoogte ging mijn hartslag niet boven de 140, niet slecht, al zeg ik het zelf. Nu is die 5.050 m. op zich niet echt spectaculair, heel wat toeristen hier doen een gooi naar en bereiken de top van de Huyana Potosi, de´laagste´zesduizender hier in Bolivia, maar ik was blij met mijn nieuwe record. Atleten zijn trouwens toch ook blij als ze een tiende van een seconde van hun record afpitsen, ik vond dan ook dat ik voldoende reden had om fier te zijn op mezelf. Boven de 4.800 m. was het wel niet altijd even makkelijk, maar ik nam gewoon altijd een mikpunt zo een veertig meter verder, waar ik me dan even een rustpauze gunde, en ik was blij als ik af en toe een mikpunt kon overslaan.

Ik was ook heel blij met Ignacio als gids op deze tocht, hij is werkelijk een heel goede gids en ook een goede kok. Ignacio is geboren op de altiplano, en dat merk je. Hij kent de streek op zijn duimpje, kent alle wegen en alternatieven. Hij kent ook alle planten bij naam en hij vertelt me ook telkens waarvoor je ze kan gebruiken – niet dat ik dat allemaal onthoud maar kom – en hij is ook trots om me zijn geboortestreek en de streek waar hij is opgegroeid te tonen. Wat ik hier in Bolivia heb geleerd is dat de beste gidsen degene zijn die opgegroeid zijn in de streek waarin ze werken. Ignacio vertelt me dat er reisorganisaties zijn die je met een gids op weg sturen die enkel de weg kent van punt A naar punt B, verder niets, en die dan ook gemakkelijk verloren lopen. Carmelo, de gids in Samaipata, was ook in Samaipata geboren en getogen, en dat merkte je echt wel. Ignacio neemt ook de tijd om rustig te wandelen en te genieten van het landschap, i.p.v. vooruit te vliegen. Daarom gidst hij ook liever trekkings dan echte beklimmingen. Een trekking is veel rustiger, gevarieerder, je ziet veel meer van het landschap. Nee, geef mij ook maar een mooie trekking dan een echte beklimming. Af en toe kan dat wel eens leuk zijn voor een keer, maar daar blijft het dan ook bij. Ik heb zeker niet de ambitie om zoveel mogelijk bergtoppen op mijn palmares te zetten. Zo hebben veel toeristen hier in Bolvia de Huyana Potosi beklommen, om boven de magische grens van 6.000 m. te geraken, ik heb dat niet gedaan, maar heb wel genoten van de schoonheid van deze berg, die ik langs alle kanten heb kunnen bewonderen. Als het echt goed weer was geweest had Ignacio graag met mij een top van 5.350 m. willen beklimmen, maar zo goed was het weer nu ook weer niet, en toen ik aan de voet van die berg stond en naar boven keek had ik ook zoiets van, nee laat maar.Ik vond trouwens de uitzichten die ik te zien kreeg al zo adembenemend dat ik echt niet de behoefte had om te proberen er nog een of andere top bij te doen.

Wordt morgen vervolgd wegens acute aanval van vermoeidheid van de auteur,

Hasta manana,

Patrick

even reageren op jullie reacties

Hallo,

Bedankt allemaal om jullie goede tips voor mijn verstuikte voet. Een goede stevige bottin was blijkbaar voldoende om het mijn enkel vijf dagen te laten uithouden.

Bericht voor Vera Vdb, hoeveel mutsen zou Eddy graag hebben, een, twee, honderd. De ene winkel naast de andere waar je ze kan kopen. Vrijdag ga ik de laatste praktische zaken doen, zodat ik zeker een muts voor Eddy wil gaan kopen. Was het een enkele of een dubbele, als ik me niet vergis een dubbele. En heeft hij ze graag met een flochke van boven of een pomponnetje. persoonlijk zou ik voor het flochke gaan, Graag even een berichtje. Ik ga trouwens donderdag naar El Alto, het hoger gelegen deel van La Paz waar de meeste indigenos wonen. Het schijnt daar elke donderdag en zondag een geweldige feria te zijn waar je zowat alles kan kopen. Misschien vind ik daar een baret, ik hou mijn ogen open.

Bericht aan iedereen, maar vooral aan Vera H. en aan mijn niet jaloerse en vooral niet verstrooide schoonbroer. Ik land zondagnamiddag in Zaventem en niet op vrijdag. Als hij me zou kunnen komen ophalen in Zaventem zou ik dat trouwens zeer apprecieren. Bedankt voor de uitnodiging voor de kerstmarkt maar dat zal dus niet lukken.

Bericht aan iedereen die me dit jaar graag nog een knuffel wil geven, misschien is het best een afspraak te maken, want waarschijnlijk ga ik van 26 december tot 2 januari kinderanimator spelen in Frankrijk voor Anders Reizen. Waarschijnlijk zijn jullie een beetje verbaasd, maar ik heb het ook een beetje holderdebolder moeten beslissen. Het lijkt me in elk geval wel een fijne uitdaging om na de Bolviaanse jongetjes een weekje Belgische kinderen te entertainen.

Daarna zal ik voor een langere periode in Belgie blijven, dat is beloofd.

groetjes, en zet jullie alvast schrap voor het lange verhaal dat gaat volgen. Nu ik niet veel meer te lezen heb, heb ik des te meer te schrijven.

Nog een laatste persoonlijke boodschap . de cactusjes zien er nog altijd hetzelfde uit als toen ik ze meer dan een maand geleden kocht. Ik zal volgende week bellen om af te spreken wanneer ik ze kom brengen, als de stoute amerikaanse douaniers ze tenminste niet afnemen. Ik heb trouwens je tip gevolgd, ze zoveel mogelijk licht en lucht gegeven, en geen water.

Voila, tot zover enkele persoonlijke boodschappen.

Hasta luego,

Patrick

even terug in La Paz

Dag beste mensen,

Het begint hier nu wel echt te korten, ik kan me moeilijk voorstellen dat ik binnen 10 dagen terug in Belgie zal zijn. Ik ga er de volgende dagen nog echt van genieten, als het weer een beetje meevalt natuurlijk. Ik heb ondertussen trouwens een technisch probleem (buiten een verstuikte voet, maar daarover verder meer) waardoor ik wel terug naar Belgie moet komen. Nee, het is niet dat ik geen propere onderbroeken of propere sokken meer heb, maar wel iets gelijkaardigs dat voor mij toch wel heel belangrijk is. Toen ik vertrok was ik in de Slegte vijf pockets gaan kopen, kwestie van het gewicht van mijn bagage zoveel mogelijk te beperken. Een van die boeken, waar ik toen in aan het lezen was, zat inde rugzak die ze in het begin van de vakantie gepikt hebben, toen waren er dus nog vier. Drie ervan heb ik ondertussen uit, en in het vierde ben ik al meer dan halfweg. Mijn probleem is dus dat ik te weinig lectuur heb tot mijn terugkeer. Ik ben nu een heel mooi boek aan het lezen, maar ik probeer mijn lectuur te beperken tot maximum een hoofdstukje per dag, om zo lang mogelijk lectuur te hebben. Het is zoiets als een doos hele speciale chocolaatjes waarvan je er maar eentje per dag mag opsnoepen, terwijl je eigenlijk de hele doos in een keer wil opeten. Ik probeer dus echt zuinig te zijn met mijn laatste boek. Ik heb gezien dat er in de lonely planet een hele geschiedenis van Bolivia staat, dus die kan ik ook nog lezen. Ik ben daarstraks ook al eens een boekenwinkel binnengestapt, maar een spaanse roman zie ik toch niet zitten als ontspanning, en engelse romans hadden ze niet. Ik zal dus zuinig moeten zijn, en misschien kan ik me in Miami wel een engelse pocket kopen om tijdens de vluchten te lezen. Tot zover mijn technisch probleem.

Ik ben gisteren dus terug aangekomen in La Paz. De twee dagen op Isla del Sol waren echt wel dagen waarop ik volop genoten heb, van de schoonheid van het eiland, van de ruines, en niet in het minst van de zon en de locale gastronomie. Ik heb drie dagen achter elkaar forel gegeten - het Titicacameer bulkt van de forel - en het waren de lekkerste forellen die ik ooit in mijn leven gegeten heb. Op zich is dat natuurlijk niet zo moeilijk, want in Belgie eet ik niet zo vaak forel, gewoon omdat ik het niet fijn vind dat er in mijn bord eenvis mij ligt aan te staren met een blik van waarom eet je mij nou op. De Bolivianen zijn zo tactvol om de kop niet mee te serveren, en dat eet toch veel smakelijker. Als je die forel dan nog kan eten op een terrasje terwijl je naar de zonsondergang op het Titicacameer kijkt, kan je je dan nog iets meer wensen. Ik op dat ogenblik alvast niet.

We zijn met de boot naar het noordelijke deel van het eiland gevaren. Daar heb ik een hele knappe incaruine bezocht, een echt doolhof gebouwd met de bedoeling om er mensen in te laten verdwalen. Daarna ben ik over een pad door de bergen naar de zuidkant van het eiland gewandeld. Het is een wandelweg die eigenlijk boven op het eiland ligt, waarbij je constant langs beide kanten een zicht hebt op het Titicacameer. Het waren echt adembenemende uitzichten, In het zuiden heb ik me dan een hostal gezocht, en de dag nadien heb ikde ruines bezocht op de zuidelijke kant van het eiland, net als een waterbron uit de tijd van de incas. Die incas hebben echt wel knappe bouwwerken afgeleverd. Nadien met de boot terug naar Copacabana en met de bus naar La Paz.

Vandaag ben ik zo een 70 km. buiten La Paz ruines gaan bezoeken van de Tihunacacultuur, een heel belangrijke en invloedrijke pre-inca cultuur. Het waren echt wel knappe tempels, hoewel er nog veel opgraafwerk te verrichten is. Dat merk je hier in Bolivia wel vaak dat er van archeologische sites nog maar relatief kleine gedeeltes zijn blootgelegd, vaak gewoon omdat er geen geld is om verdere opgravingen te doen. Dat is natuurlijk wel spijtig, want een volledig opgegraven en blootgelegde piramide of stad zou meer toeristen lokken, en op die manier ook voor meer inkomsten zorgen ... Het was een boeiende dag vandaag in Tihuanaco, ondanks het slechte weer. Eerst moest ik schuilen voor een enorme stortbui en bijhorend onweer, de rest van de dag bleef het grijs en tegen vier uur begon het terug te regenen en stond er een ijzige wind. Tussen de buien door heb ik toch alle bezienswaardigheden kunnen bekijken. Ik was wel wat verontrust door het slechte weer, want ik vertrek morgen op vijfdaagse trektocht. Toen ik vanmorgen opstond scheen de zon, maar had ik veel pijn aan mijn verstuikte voet en kon ik niet normaal stappen, dat ging dan in de namiddag veel beter maar dan zat het weer tegen. Ik zag mijn bergtocht dus weeral bijna de mist ingaan. Jullie vragen je waarschijnlijk af waar ik die verstuikte voet nu weeral vandaan heb. Ik had aan Ignacio, de gids waarmee ik de bergen in trek, gevraagd welke schoenen ik moest aandoen op het Isla del Sol, en volgens hem was het een makkelijke weg en moest ik zeker geen botinnen aandoen. Braaf en gehoorzaam had ik mijn botinnen in La Paz achtergelaten en was ik met mijn gewone schoenen gaan wandelen op het Isla del Sol, maar dat was buiten de lamentabele toestand van mijn enkels gerekend. Ik weet dat ik af en toe de neiging heb om mijn voeten om te slaan, zeker op oneffen terrein, en het was dus weer prijs. Eergisteren heb ik mijn linkervoet licht verstuikt, daar heb ik geen last van, maar gisteren, bij het afdalen van de incatrappen, heb ik mijn rechtervoet zwaar omgeslagen, met als resultaat vanmorgen een blauwe en gezwollen enkel, waarop ik moeilijk kon gaan. Ik zocht in mijn reisapotheek naar een geschikte zalf, maar zalf tegen verstuikingen zat er natuurlijk niet in. Ik heb er dan maar voltarenzalf tegen verstuikingen opgesmeerd, en mijn enkel ingewindeld, dat zal hopelijk toch een beetje helpen. Als er mensen onder jullie suggesties hebben voor het behandelen van verstuikte enkels zijn die welkom. Ik was in elk geval blij dat ik vandaag tegen de avond al veel minder last had van mijn enkel, en in de bergen wandel ik met wandelstokken, dat is ook al een steun. Tot zover dit intermezzo over mijn voet, ik was dus aan het schrijven dat ik mijn bergtocht weeral de mist zag ingaan, Zodra ik terug was in La Paz belde ik naar Ignacio, met de vraag wat hij over het weer dacht. Hij klonk zeer opgewekt en enthousiast en zei dat alles geregeld was en dat hij me morgen om 9 uur komt ophalen. Volgens hem is het op de altiplano vrij goed wandelweer, alleszins veel beter dan toen we in Sorata waren. Dat is natuurlijk niet moeilijk want toen zagen we geen steek voor onze ogen. Enfin, ik vertrouw dus op Ignacio, en hoop dat er mij een mooie vijfdaagse te wachten staat.

Nog even dit, toen we met de bus terug in La Paz aankwamen zag ik in El Alto, het hoge stadsgedeeltevan La Paz, waar de meeste mensen wonen, wel twintig winkels van ijzerwaren naast elkaar. Dat is me hier in Bolivia al vaker opgevallen, soortgelijke winkels liggen allemaal vlak naast elkaar. Zo zag ik vandaag ook een vijftal winkels waar je kostuums kan kopen naast elkaar, en ben ik hier al straten tegengekomen met een twintigtal kapsalons naast elkaar, of met een twintigtal sportwinkels in een straat. Ik vraag me echt af waarom die soortgelijke winkels met eenzelfde aanbod van producten of dienstverlening, allemaal vlak naast elkaar liggen. Zo concurreren ze mekaar toch kapot, en voor de consument is het ook niet makkelijk kiezen als je zoveel gelijkaardige winkels naast elkaar hebt. Ik vind het alleszins een vreemd economisch verschijnsel.

Gisterenavond was ik op weg met een taxichauffeur die blijkbaar ook politiek geinteresseerd was. Hij had het ook over de tegenstelling tussen het oosten en het westen. Volgens hem zouden de Verenigde Staten aandringen op een splitsing van het land in twee aparte staten. Op die manier zouden ze op een veel makkelijkere manier aan Boliviaanse olie en gas uit het oosten kunnen komen. Op dit moment zijn de relaties tussen Bolivia en de Verenigde statenblijkbaar vrij gespannen. Zo moeten Amerikanen uit de VS zelfs een visum hebben om naar Bolvia te reizen, terwijl voor Europeanen een paspoort voldoende is.

Enfin, na dit korte intermezzo, ik hoop echt dat Ignacio er niet naast zit wat het weer betreft, want vijf dagen in de regen rondtrekken zie ik echt niet zitten. Ik heb in elk geval veel meer vertrouwen in Ignacio dan in Harald, de gids waarmee ik op tocht was in Sucre, een verhaal dat jullie nog tegoed hadden. Enkele weken geleden schreef ik jullie al dat ik met Harald fratsen had voorgehad, en dat we onze oorspronkelijke wandeling moesten uitstellen, omdat we door de schuld van Harald ons vervoer waren kwijtgespeeld. De maandag na mijn laatste werkdag had ik afgesproken met Harald om de wandeling opnieuw te doen, tweede keer goede keer dacht ik. De wandeldriedaagse op zich was heel goed, ik heb echt heel mooie dingen gezien, een aantal rotsschilderingen en beelden gekerfd in een rots, door hele mooie landschappen getrokken, gezwommen in een kleine laguna en een stevige nekmassage gekregen van een kleine waterval, heerlijk was dat. Het waren dus drie heel mooie dagen, ondanks Harald. Ondanks Harald, inderdaad, want hij maakte volgens mij de ene fout na de andere, hoewel hij er prat op ging dat hij de voorzitter was van de vereniging van gidsen in Sucre. Een van zijn favoriete uitspraken was ´no te preoccupes´, maak je geen zorgen, een uitspraak die ze hier in Bolivia heel vaak in de mond nemen. Zo ook dus Harald, maar ik maakte me bij hem juist wel zorgen. Volgens mij maken ze zich in Bolivia inderdaad niet zoveel zorgen als wij westerlingen en nemen ze het leven zoals het komt, maar mij lukt dat toch niet altijd hoor, en bij Harald vond ik dat ik me terecht zorgen maakte. In het begin viel alles nog wel mee, en daalden we zonder problemen een oud incapad af, een mooie wandeltocht. Daarna gingen we klimmen, op zoek naar een grot met rotsschilderingen. Van een gids mag je toch wel verwachten dat hij de weg weet, maar ik had heel vaak het gevoel dat hij zelf niet wist hoe hij moest gaan, en dat hij er soms gewoon op los gokte. Soms kwamen we aan een splitsing waarbij het heel duidelijk was dat hij niet wist welke weg we moesten opgaan, en dan zei hij dat ik moest kiezen. Daarvoor heb je nou toch net een gids, om je de weg te tonen, en niet om jou te laten kiezen als hij de weg niet kent. Op een bepaald moment waren we gewoon het pad kwijt, en moesten we van rots tot rots klauteren, terwijl je aan de andere kant van de berg het pad zag liggen, alleen was het pad van ons gescheiden door een onoverbrugbare kloof. Enkele keren zei hij ook dat we geluk hadden, dat we er zouden geraken, Van een gids verwacht ik gewoon dat we op de bestemming geraken, en daarbij mag er van de factor geluk gewoon geen sprake zijn. Enfin, na veel geklauter, dat eigenlijk niet nodig was geweest als we gewoon de weg hadden genomen, kwamen we toch aan de grot aan. Het toegangshek was op het eerste zicht afgesloten met een slot, en weer zei hij tegenslag, we zullen over de muur moeten kruipen. Dat was een hele onderneming die ik niet zag zitten, zodat ik besloot over het niet al te hoge hek te kruipen, terwijl hij probeerde op de muur te geraken. Het was inderdaad niet zo moeilijk om over het hek te kruipen, maar toen ik langs de andere kant naar beneden wou gaan bleef mijn broek aan een van de spijlen van het hek hangen, met als resultaat dus een kapotte broek. Toen Harald zag dat ik over het hek was geklauterd kwam hij terug en wilde hij dat ook doen, toen hij plots zei, oh, maar het hek is helemaal niet op slot, er hangt wel een slot aan maar het hek kan gewoon open. Had hij dat niet dadelijk kunnen zien, dan was mijn broek nu nog heel geweest. Voor de rest van die dag hadden we geen problemen, hoewel hij volgens mij nog verschillende keren twijfelde aan de te volgen weg. Hij had als verontschuldiging dat het lang geleden was dat hij die wandeling had gemaakt, voor mij is dat voor een gids geen excuus. De eerste wandeldag was een warme dag, dus al mijn drinkwater was tegen de avond op. De ochtend nadien zouden we drinkwater kopen. Alleen was er nergens drinkwater te koop. Wat een tegenslag zei hij. Ik vond dat helemaal geen tegenslag, maar gewoon zijn fout. Als gids moet je toch zeker zijn dat je onderweg drinkwater kan kopen, ofwel voldoende voorzien voor heel de tocht. Niet dus, we konden nergens water kopen.We hebben dan maar water genomen van de kraan uit een tuin van een huis waar niemand thuis was. Tabletten om het water te ontsmetten, daar had Harald blijkbaar niet aan gedacht. Volgens hem kon het echt geen kwaad. Al chance had ik in Hogar Mallorca al een maand kraantjeswater gedronken bij het eten, zodat ik er geen probleem mee had, maar ook hier vond ik dat hij als gids in de fout ging. Op het einde van de dag kwamen we aan in het dorpje waar we gingen overnachten, maar we moesten eerst een rivier oversteken. Volgens Harald geen probleem, het was helemaal niet diep, maar uiteindelijk liep het water wel langs boven mijn botinnen in, en had ik kletsnatte voeten. Bleek nadien dat in het dorpje waar Harald dacht te kunnen overnachten helemaal geen overnachtingsmogelijkheid was. We moesten verdertrekken naar het volgende dorp, maar met kletsnatte voeten vond ik dat helemaal niet leuk. Bleek dan dat er in dat andere dorpje ook geen overnachtingsmogelijkheid was. Als je als gids aan je klant zegt dat je in dat dorp gaat overnachten, dan moet je er volgens mij toch wel zeker van zijn dat je daar effectief kan overnachten, Niet dus bij Harald, maar geen zorgen, hij zou het probleem wel oplossen. Uiteindelijk vonden we onderdak in een leegstaand gebouw, waarvan de deur niet sloot, en waar er geen ruiten instonden. Het was een gebouw waar overal toch wel een centimeter stof lag op de betonnen grond. Ik vond het al wonderbaarlijk dat er electriciteit en licht was. Nadat Harald de boel een beetje uitgekeerd had en ergens een matras had gekregen - ik zag het echt niet zitten om gewoon op een betonnen vloer te slapen - konden we gaan slapen, totdat Harald rechtveert en vraagt of ik het ook gehoord had. Ik had natuurlijk niets gehoord, maar blijkbaar waren we niet de enige gasten in het gebouw. Het werd blijkbaar bewoond door vleermuizen, die volgens Harald begonnen rond te fladderen als het donker was. Uiteindelijk hebben we de hele nacht moeten slapen met het licht aan. De volgende dag moesten we naar het dorp wandelen dat het einddoel was van onze trektocht. Harald vraagt aan een van de lokale bewoners of het wel degelijk naar rechts is, de weg naar het dorp, blijkbaar was het naar links ... Tot zover mijn belevenissen met Harald, de voorzitter van de vereniging van gidsen in Sucre !

In het dorp waar we uiteindelijk onze tocht eindigden was ik enkele dagen tevoren ook al geweest. Met twee straatjongens van de stichting Nanta, waaraan mijn stamcafe, cafe Amsterdam verbonden was had ik toen de wandeling van Sucre naar dat dorp gemaakt. Als ik me goed herinner was Natalio, die mijn gids was, zestien jaar, maar hij was echt een prima gids die me onderweg heel veel wist te vertellen. Als ik het nu bekijk was hij eigenlijk een van de leukste gidsen, dat was echt een fijne dag zo op stap met twee straatjongens. Een van de jongens van hogar Mallorca had me die zondag blijkbaar gezien, en hij kende ook Natalio, en toen ik enkele dagen later op Hogar Mallorca kwam om nog eens hallo te zeggen, zei Nelly me dat een van de jongens me had gezien, en dat ze ervan overtuigd waren dat ik nu vrijwilligerswerk deed in een andere organisatie, omdat ik de jongens van Hogar Mallorca niet graag meer zag. Nelly had hen gezegd dat dit helemaal niet zo was, maar volgens hen was dat een leugen en zag ik hen niet graag meer. Was ik wat blij dat ik dit misverstand heb kunnen rechtzetten en dat ik hen er kon van overtuigen dat ik hen nog altijd even graag zag.

Zo, ik ga dit lange verhaal hier afsluiten, zo hebben jullie de volgende dageniets te lezen, want de volgende dagen zul je van mij niets horen. Jullie hebben nog een verhaal te goed over de mijn in Potosi maar dat is voor later.

Hasta luego,

Patrick

Copacabana

Hallo,

Na een busreis van ongeveer 3 uur ben ik vanmiddag aangekomen in Copacabana, nee niet aan de kust van Rio de Janeiro, maar aan de oevers van het Titicacameer, voor de Bolivianen eigenlijk hun enige kust, vermits ze in de 19e eeuw hun toegang tot de kust in een oorlog met Chili aan de Chilenen verloren zijn. Ze hebben hier dan ook een heus strand, Het is hier best een leuk stadje, met een aangenaam klimaat. De kathedraal is prachtig en lijkt wel Moors. Na mijn bezoek aan de kathedraal hoorde ik voetzoekers ontploffen, en zag dat er een rij versierde auto's voor de kathedraal stond. Toen ik in de kerk was had ik ook al een priester met een emmer naar buiten zien gaan. Ik dacht eerst dat die man gewoon ging kuisen, maar als priesters al zelf kuisen doen ze dat waarschijnlijk niet in paterskleed... Wat was er aan de hand ? Enkele gezinnen waren met hun nieuwe auto naar de kerk gekomen om hem te laten zegenen. Dat is blijkbaar een heel feest. De priester doopt de auto's die versierd zijn. Voor de kathedraal staan ook kraampjes waar je alle benodigdheden voor de doop van je auto kan kopen. Slingers, zakjes met bloemblaadjes om over de auto uit te strooien, voetzoekers en schuimwijn. De schuimwijn wordt over heel de auto uitgespoten, een beetje zoals bij ons schepen gedoopt worden. Ik zou zo iets hebben van wie gaat die plakkerige schuimwijn van mijn nieuwe auto wassen, maar hier in Bolivia maken ze zich daar blijkbaar geen zorgen om. Het is een feest, om geluk over de nieuwe auto uit te roepen. Heel het gezin zit ook in de auto, en van een van de gezegende auto's was het dak ook volgeladen met allerhande baggage, allemaal in een keer mee gezegend... Eerst sloeg ik het tafereel met verbazing gaande, maar toen dacht ik er aan dat er volgens mij in Vlaanderen ook gemeentes zijn waar je eens per jaar je auto kan laten zegenen, net zoals je op sommige plaatsen ook je huisdier kan laten zegenen.

Nadien heb ik een korte klim ondernomen naar een van de twee heuvels waartussen Copacabana geprangd ligt. Het was geen zware klim, maar ik zit hier op bijna 4000 m. hoogte, en dan voel je natuurlijk elke lichamelijke inspanning. Het was in elk geval de inspanning waard want boven kon ik genieten van ongelooflijk mooie uitzichten over het Titicacameer.

Morgen vaar ik naar het Isla del Sol, waar ik een wandeling ga maken van het noorden naar het zuiden van het eiland, en waar ik ook enkele ruines ga bezoeken. Ik blijf op het eiland overnachten om de ochtend nadien de zonsopgang te kunnen zien. Ik zal mijn wekker maar alvast zetten.

Hasta pronto,

Patrick

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active