even iets laten weten
Beste trouwe lezers,
Ik ga het hier nu even kort moeten houden. Het is zeven uur 's avonds, ik moet nog eten en mijn koffers nog pakken, want ik moet tegen morgenvroeg mijn kamer leegmaken. Mijn verblijf hier in Sucre zit er bijna op, morgenvroeg word ik om tien over zes (!) opgehaald door een gids voor een driedaagse wandeling. Woensdagavond ben ik nog even in Sucre, kan ik nog even bij de kinderen op de Hogar langsgaan want ik moet daar iets gaan ophalen, en donderdag begint mijn echte reis, dan reis ik naar Potosi en Uyuni. Misschien heb ik in Potosi wat meer tijd om te schrijven. De voorbije week was dus mijn laatste werkweek, en gisteren ben ik ook naar de Hogar geweest, om afscheid te nemen. Er kwamen net geen tranen aan te pas, noch bij mij, noch bij de jongens, maar het scheelde niet veel, ook niet bij mij. Toen ik de deur achter mij dichttrok speelde het liedje afscheid van een vriend van Clouseau door mijn hoofd, en vanochtend ook nog. Ja, het was wel echt afscheid nemen van een aantal mensen waar je toch op een maand tijd een heel intense band mee had opgebouwd. Meer daarover later.
Ik ben klaar om aan mijn tweede stuk van mijn boliviaanse avontuur te beginnen, en ga nu beginnen met de voorbereiding.
Aan Vera (Vandenbriel of Hendrickx ? ) wil ik alvast zeggen dat de foto's pas voor in Belgie zullen zijn.
Ziezo, nu moeten jullie niet ongerust zijn omdat je al even niets meer van mij gehoord hebt.
Aan de jarigen van volgende week die dit lezen : geniet van jullie verjaardag, hopelijk doet de plaatselijke post haar werk en krijgen jullie op tijd een verjaardagskaartje.
Hasta luego,
Patrick
De opening van het universitaire jaar
Hallo,
Ik merk dat ik hier ondertussen al bijna drie uur aan het schrijven ben, seffes toch maar de tijd nemen om te gaan avondeten.
Gisteren werd in Sucre de opening van het universitaire jaar gevierd. Dat gebeurde met een feestelijke stoet, waarin de studenten in traditionele klederdracht dansend en muziek makend door de straten trokken. Een aantal vrijwilligers op het werk had gezegd dat ze op zaterdag naar de Hogar zouden gaan om met de jongens naar de stoet te gaan kijken. Ik had dat eigenlijk ook willen doen, maar mijn plannen voor de wandeling lagen nu eenmaal al langer vast. Het kwam uiteindelijk nog goed uit dat ik terug in Sucre was, kon ik toch nog met de jongens naar de stoet. Ik ging even langs, kon ook nog afscheid nemem van Fiona, de britse vrijwilligster die op haar laatste dag een hele massa fruit had gekocht waarmee een grote fruitsalade was gemaakt voor de jongens, en sprak af dat ik om vier uur zou terugkomen om met de jongens en de andere vrijwilligers naar de stoet te gaan. Alleen bleken er om vier uur geen andere vrijwilligers te zijn en stond ik daar alleen. Dat stoort me een beetje aan de vrijwilligers die er vorige week zijn bijgekomen : ze beschouwen hun werk als vrijwillig maar ook als vrijblijvend, ze komen als ze zin hebben, en als ze geen zin hebben komen ze niet, ook al hadden ze gezegd dat ze zouden komen. Ze komen vooral omdat ze het leuk vinden, en als ze geen zin hebben komen ze niet. Je weet ook niet wanneer ze gaan komen. Ik vind dat lastig, niet zozeer voor mezelf maar voor de jongens, tegenover wie je zo valse verwachtingen schept. De verantwoordelijke heeft het er gelukkig ook lastig mee en gaat het met hen bespreken. Ik beschouw deze maand echt als werk, en ik wil deze maand ook echt wel het beste van mezelf geven aan de jongens. Voor mij is dit werk vrijwillig, maar zeker niet vrijblijvend. Ik heb me voor deze maand geengageerd en wil mijn engagement ten volle nakomen. Die houding wordt hier ook wel geapprecieerd want ik werd al meermaals gevraagd waarom ik toch geen jaar blijf.
Ik was dus gisteren de enige vrijwilliger die aanwezig was, en om vijf uur vertrok ik met Pablo, Gualberto, Johnny en Marco Antonio. Voor we vertrokken moesten ze hun gezicht en hun handen gaan wassen en een (min of meer) proper truitje aantrekken. Ze kregen ook nog drie regels opgelegd : ze moesten zich gedragen als nette jongens, ze moesten mij gehoorzamen en ze mochten aan mij geen geld vragen als ze iets wilden kopen. Ik dus op weg met mijn kroost, en dat was eigenlijk een heel fijne ervaring. Het waren vier van de kleinste gasten, 10 of 11 jaar oud. Onderweg kwamen we ook nog een vijfde jongen tegen, Herlan, 9 jaar oud, die op weg was naar huis, maar blijkbaar reden de bussen niet. Het was echt wel een unieke ervaring, de ventjes liepen hand in hand over straat, net als broertjes. Nadien zei de verantwoordelijke me dat ze op de hogar vaak ruw en bruut met mekaar omgaan, maar eenmaal buiten zijn ze echt een, zij tegen de maatschappij. De stoet was mooi, maar ik was toch meer bezig met het constant tellen van de hoofdjes, schrik dat ik er eentje zou kwijtspelen, Ze zijn ongelooflijk braaf geweest en ik zou het direct opnieuw doen. Ik denk dat de vijf jongens ook wel een bijzonder uitje beleefd hebben, Om twee over zeven waren we terug op de hogar, twee minuten te laat, want om zeven uur is het etenstijd. De jongens hebben zich echt heel voorbeeldig gedragen. Het was een heel fijne ervaring, maar nadien was ik doodmoe.
Tot de volgende, maar dat zal niet meer vandaag zijn,
Patrick
In Bolivia heb je echt wel een gids nodig
Dag beste mensen,
Het devies van Bolivia is ' la unidad es la fuerza' , of het in het Nederlands vertrouwder klinkende eendracht maakt macht. Vorige week zei een leraar van de talenschool me dat 'In Bolivia todo es possible pero nada esta seguro' ( In Bolivia is alles mogelijk maar niets is er zeker) Volgens mij zouden ze dat beter als nationaal devies gebruiken. Ik verklaar mij nader.
Gisteren had ik ook een gids gehuurd om een weekend te gaan trekken. Ik had de gids gehuurd via het reisbureau, verbonden aan de school. Om half tien hadden we afgesproken en Harald, mijn gids, was op tijd aanwezig. Hij was blijkbaar niet zo goed gezind dat ik er voor gekozen had om met het openbaar vervoer te rijden, en niet met een prive jeep. Ik wilde om drie redenen met het openbaar vervoer rijden. Ik wilde graag reizen zoals de Bolivianen, om dat te ervaren, omdat ik het een beetje decadent vind om alleen in een grote vier x vier rond te reizen en ook omdat mijn vorige gids mehad aangeraden om met openbaar vervoer te rijden. (die vorige gids ging nadien opnieuw met mij op stap gaan, maar blijkbaar zit hij ergens voor langere tijd in de bergen ... ) Een van de redenen waarom de gids liever niet met het openbaar vervoer rijdt is omdat er geen veiligheidsmaatregelen zijn, en een busreis daarom gevaarlijk kan zijn. Eenmaal aangekomen aan het busstation geniet ik in elk geval met volle teugen van het kleurrijke spektakel van de aanwezige mensen en van het laden van de bussen. Van alles en nog wat wordt er boven op de bussen geladen, tot hele kartonnen eieren toe ... Enfin, om half elf vertrekken alle bussen richting Chataquilla. Uiteindelijk blijkt de gids voor mij een plaats te hebben gereserveerd in de cabine van de chauffeur, die met een deur is afgesloten van de rest van de bus. Zo kan ik natuurlijk nog geen praatje maken met reisgenoten, maar kom. Tegen 11 u. komen we aan dezelfde wegversperring waar we twee weken geleden ook al voorstonden. Alleen wordt er nu gezegd dat de weg pas om twee uur zou opengaan, en niet om twaalf uur. Natuurlijk werd niemand hiervan verwittigd, ook de buschauffeurs niet, terwijl die toch allemaal op dezelfde plaats vertrokken.) We moeten die dag blijkbaar 7 uur wandelen, zodat we in tijdsnood dreigen te komen. (volgens mij zouden we ook in de problemen zijjn gekomen als de weg om 12 u. zou opengaan, maar kom.) Dan zegt de gids tegen mij dat je dat nu kan tegenkomen als je met het openbaar vervoer reist. Ik zie niet in waarom je dat probleem niet zou hebben als je met prive-vervoer rijdt. De gids zegt me dat je dan vroeg kan vertrekken, en dat je voor zeven uur de plaats waar de weg onderbroken is kan doorrijden, omdat ze dan pas beginnen te werken. Dat kan ik uiteraard niet weten, dan had het reisbureau me maar moeten zeggen dat het niet realistisch was om met het openbaar vervoer te reizen.
Soit, de gids stelt voor om tot 12 u. te wachten, wat we ook doen. Om 12 u, komt de stoet toch in beweging - blijkbaar hadden ze de weg toch geopend omdat ze al die mensen toch geen 2 uur extra wilden laten wachten - en ga ik terug naar de bus om in te stappen. Dan komt de gids op me af en vertelt me dat we geluk hebben, dat hij net een van zijn vrienden heeft gezien in een privevoertuig, dat die ons kan meenemen, en dat die ook al onze rugzakken kan meenemen, zodat we zonder rugzak kunnen wandelen. Hij vraagt aan de chauffeur van de bus om de laadruimte van de bus open te doen, en hij neemt zijn rugzak. Hij vraagt of ik met hem meewil ofwel dat ik met de bus verder wil rijden. Intuitief vertel ik hem dat ik met hem meega, hij is tenslotte toch de gids. Eenmaal we onze rugzak hebben genomen begint hij te lopen, en volg ik hem met stevige pas, maar niet lopende. Daar heb ik echt geen goesting voor met een rugzak op meer dan 2000 m hoogte. Uiteindelijk blijkt zijn vriend niet op hem gewacht te hebben maar doorgereden te zijn. Van je vrienden moet je het hebben ... Dan zegt hij tegen mij dat het komt doordat ik niet gelopen heb. Ik had dan toch wel even zoiets van wablieft, wie heeft er voorgesteld om de bus te verlaten en over te stappen in een auto. Wanneer we onze bus zien aankomen doen we teken om te stoppen, maar de bus rijdt gewoon door. De gids probeert een ander voertuig te doen stoppen, maar tevergeefs. Na even getwijfeld te hebben wat we nu zouden doen gaat hij even iets aan een van de verantwoordelijken vragen. Hij zegt weeral dat we geluk hebben, dat ze alle bussen en wagens wel hebben doorgelaten, maar dat ze hen omwille van de wegenwerken een eindje verder opnieuw zouden tegenhouden, en dat we dan kunnen instappen bij zijn vriend. Uiteindelijk blijken ze een eind verder geen enkel voertuig te hebben tegengehouden, en staan we daar zonder voertuig, in de middle of nowhere, met een bestemming die volgens mij veel te ver ligt om te voet te bereiken. Ik ben alvast blij dat ik niet alleen met de bus verder ben gereisd, en de gids met zijn vriend liet meerijden, ik zou daar mooi gestaan hebben op mijn eentje, zonder gids. Ik vraag aan de gids wat we nu best doen, en ik krijg als antwoord dat de beslissing bij mij ligt. Als ik ervoor kies om verder te gaan is dat voor hem geen probleem, dan doen we dat, als ik ervoor kies om terug te gaan en de wandeling later te doen is dat voor hem ook geen probleem. Ik vraag hem of dat wel realistisch is en volgens hem is er geen probleem. Als ik wil doorgaan doen we gewoon onze wandeling zegt hij. Ik zie dat dan toch wel niet zitten, volgens mij zitten we minstens twee uur te voet verwijderd van de startplaats van de wandeling en dan moeten we nog beginnen te wandelen. Ik ben natuurlijk de gids niet, en ik vind dat hij moet beslissen of we al dan niet kunnen verder wandelen. Uiteindelijk stelt hij voor om een uurtje te wandelen, als oefening, maar dat zie ik dan weer niet zitten. We beslissen dan toch maar om terug te gaan, en aan iedereen die we onderweg tegenkomen vraagt hij naar de weg. Dat verbaast me op zich al niet meer, aan taxichauffeurs heb ik ook al meerdere keren moeten uitleggen waar ze moesten afzetten, hoewel zij als professionele chauffeurs toch beter de stad zouden moeten kennen dan een toerist ... Op de terugweg geraak ik met de gids echt wel aan de praat en blijkt hij wel een fijne kerel te zijn. Enfin, ik ga het er op wagen om met hem dezelfde wandeling - waar ik uiteindelijk nog recht op heb - volgende week te doen. Ik ben benieuwd. Toen we terugkwamen in Sucre bedankte de gids mij voor mijn begrip, dat was natuurlijk wel het minste.
Bij het voorbereiden van mijn reis heb ik gelezen dat Bolivia een fantastisch land isom in te reizen, als je de nodige soepelheid aan de dag legt... Ik kan het beamen.
Voor het vervolg van mijn zaterdagse belevenissen moet je het volgende verhaal lezen.
Patrick
Het vervolg van vorige werkweek
Hallo,
Vorige werkweek zijn er me toch nog een aantal dingen bijgebleven die ik graag met jullie wil delen.
Vorige week woensdag zaten er een aantal jongens op een bank, toen er gewoon een plank afviel. Wat deden ze ? Gewoon de plank er terug opleggen en terug gaan zitten tot de plank er terug afvalt, ze er dan terug opleggen ... Zelfs een van de personeelsleden gaat gewoon op de bank zitten en heeft blijkbaar geen oog voor het feit dat de bank stuk is. Daar word ik soms zo moe van : de mensen zien dat dingen niet in orde zijn maar nemen geen enkel initiatief om er iets aan te doen. Als ik even naar de bank kijk zie ik dat er gewoon twee vijzen in de plank ontbreken, zodat de plank losligt. Ik kan dat echtniet aanzien en ga op zoek naar vijzen en een schroevendraaier. De administrador (hoe heet zo iemand in het Nederlands ?) heeft blijkbaar op zijn bureau een pot en een zak met alle mogelijke vijzen en schroeven. Ik vraag hem of hij ook een schroevendraaier heeft, want zonder is het nogal moeilijk. Hij begint overal te zoeken, vindt er niet direct een, maar komt even later af met een boormachine met daarop een schroefbit, zodat ik aan de slag kan. Als de jongens zien dat ik iets ga doen stormen ze allemaal op mij af en binnen de kortste tijd staan er zeker vijftien jongens rond de bank, met hun neus op mijn handen te kijken. Ineens willen ze allemaal helpen. Uiteindelijk laat ik een van de jongens het werkje opknappen en binnen nog geen vijftien minuten is de bank hersteld. De jongens vinden het blijkbaar zo geweldig dat ze in de andere banken ook alle schroeven willen gaan vastdraaien, hoewel ik die banken al had gecontroleerd en gezien had dat de schroeven goed vastzaten. Het kan natuurlijk ook dat ze allemaal eens met die electrische machine wilden werken. Ze zijn echt wel hulpvaardig hoor de jongens, alleen nemen ze zelf zo weinig initiatief en moet je ze soms bijna in gang sjotten.
De dag nadien had ik een gelijkaardige ervaring. Toen ik s'middags toekwam slofte een van de jongens over de koer met zijn rugzak op zijn rug. Niets bijzonders, een dagelijks tafereel, maar de hele onderkant van de rugzak was opengescheurd en alles viel er bijna uit. Ik vroeg hem of hij gezien had dat zijn rugzak gescheurd was maar daar antwoordde hij niet op. Hij was blijkbaar ook niet van plan het proberen te repareren. Omdat ik het niet kon aanzien, ik niet wou dat hij al zijn schoolgerief verloor, en ik toch wel wat tijd had omdat er ook nog andere vrijwilligers aanwezig waren, nam ik dan maar het initatief om iets te doen met de kapotte rugzak. Ik bekeek het eens van dichtbij, en kon eigenlijk alleen maar vaststellen dat de rugzak goed was voor de vuilnisbak. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, het is anders als het je enige rugzak is en je ouders geen geld hebben voor een nieuwe. Hoewel de stof eigenlijk helemaal rot was zou ik het met naald en draad toch nog wel wat bij elkaar kunnen houden. Ik vraag dus aan de verantwoordelijke of er naald en draad aanwezig is, en na enig zoekwerk komt er een kleine naald tevoorschijn, waar ik absoluut niets mee kan aanvangen. Ik vraag dan maar aan de aanwezige jongens of iemand een naald heeft en Juan leent me een grote stevige naald. Oef. Volgende vraag, ik moet een draad hebben. Ik terug naar de verantwoordelijk om een zwarte draad te vragen, maar ook dat blijkt een onoverkomelijk probleem. Uiteindelijk krijg ik wel een stevige lichtblauwe draad, en de jongen vindt het geen probleem dat ik zijn rugzak met lichtblauwe draad herstel, of liever gezegd probeer in leven te houden. Uiteindelijk lukt het me toch om de stof zoveel mogelijk aan elkaar te naaien en bijeen te houden dat de jongen er toch weer even verder mee kan. Hij is blij met zijn herstelderugzak. Ik moest de rugzak ook nog op een andere plaats repareren, maar had de tijd niet mee en zei hem dat ik het de dag nadien zou doen. Als ik hem vrijdag zie herinnert hij me aan mijn belofte, maar dat zal een werkje voor morgen worden, als er draad is natuurlijk, want mijn blauwe draad is op ...
Donderdagavond heb ik toch nog voldoende energie om naar de salsales te gaan en nadien nog naar een mooie voorstelling van traditionele Boliviaanse dansen.
Op vrijdag help ik iemand anders met woordenschatoefeningen. Hij moet van een aantal woorden de betekenis opzoeken in een woordenboek. Als je natuurlijk de helft van de woorden fout overschrijft van het bord is het geen gemakkelijke opdracht om de betekenis ervan te gaan opzoeken in een woordenboek, je moet eerst proberen te gaan uitvissen welk woord het zou kunnen zijn ,,,
Verbaast het jullie dat ik vrijdagavond bekaf was na de werkweek ? We hebben vrijdagavond wel nog een bezoekje gebracht aan de bakkerij waar enkele van de jongens van de hogar werken, en nadien ben ik nog naar een haloweenfeestje geweest in de talenschool.
Patrick
Het leven in el campo (of op de boerenbuiten in het Vlaams)
Beste mensen in België en Nederland,
Ik heb eindelijk even de tijd gevonden om met jullie mijn belevenissen van twee weekends geleden te delen.
Ik had dat weekend een gids gehuurd om op het platteland te gaan wandelen, om zo van dichtbij te kunnen beleven hoe het leven er daar aan toegaat. Ik had trouwens ook geen zin om het hele weekend in de stad door te brengen,
Eenmaal we met onze auto de hoofdweg verlaten hadden kwamen we terecht op een zeer stoffige en zanderige weg en zag je aan de weg dat je hier echt toch wel in een ontwikkelingsland bent.Op een bepaald moment moesten we stoppen, want ze zijn aan de weg aan het werken, meer bepaald de weg aan het asfalteren. Naar het schijnt zouden de werken binnen twee tot drie jaar gedaan zijn ... Ze sluiten dus gewoon om zeven uur s'morgens de weg af tot 12 u., van 12 tot 13 u. openen ze de weg een uurtje, en dan gaat hij terug toe tot 18 u. Er zit heel veel volk langs de kant van de weg, die allemaal op reis zijn met een bus of in een open vrachtwagen. Ik vraag aan de gids waarom de mensen hier toch zoveel reizen, zeker als je ziet dat de reisomstandigheden toch niet echt confortabel te noemen zijn. Blijkbaar reizen de mensen hier om inkopen te gaan doen, of om zelf hun koopwaar elders te gaan verkopen. Er staat een hele file te wachten aan de wegenwerken en de mensen zetten ondertussen gewoon een handeltje op. Het is best grappig om te zien. Eenmaa l de weg opengesteld wordt rijden we door best indrukwekkende landschappen.
Ik voel me ondertussen echt wel een toerist. (wat ik natuurlijk ook wel ben), met chauffeur en gids in een 4 x 4, terwijl de Bolivianen opeen gepakt zitten in een open vrachtwagen.
Mijn gids is nog een student toerisme, en hij valt heel goed mee. Rond 13 u. beginnen we te wandelen, een uurtje later houden we halt voor ons middagmaal, in een inham vol stalagtieten en stalagmieten, een originele plaats voor de lunch. We wandelen rond in de krater van Maragua, ongeveer 8 km. breed. Wetenschappers zijn het er blijkbaar nog altijd niet over eens hoe de krater ontstaan is : door een meteoorinslag, door een vulkaanuitbarsting, of misschien is de krater de bodem van een vroeger meer, dat in verbinding zou hebben gestaan met het Titicacameer. Klinkt behoorlijk mysterieus, maar misschien worden deze verhalen in leven gehouden om toeristen te lokken. Het is in elk geval een heel mooie omgeving, een speciaal landschap met kleine huisjes in steen of in adobe (klei) . Varkens, kippen, ezels en stieren lopen hier overal los op straat. Een opvallend detail trouwens : varkens hebben hier geen krulletje in hun staart.
De mensen die we onderweg tegenkomen spreken Quechua en geen Spaans, en mijn gids spreekt ook Quechua, dat is handig.
Ik ben ook benieuwd of de mensen hier in Bolivia ook hun eigen huis hebben ofwel dat ze huren, en hoe dat op de campo in elkaar zit. In steden is het zoals bij ons, je bent eigenaar van je huis of je huurt een huis, op de buiten ben je eigenaar van de grond die je bewerkt. Alles is bovendien eigendom van de lokale gemeenschap, en je kan je ook niet zomaar in een dorp komen vestigen. Je moet echt lid zijn van de gemeenschap, en je kan alleen lid worden van de gemeenschap door met iemand van de gemeeschap te trouwen. Echtscheiding kennen ze hier ook niet in el campo, je blijft getrouwd tot aan je dood. Er is hier op el campo heel veel solidariteit tussen de mensen, ik denk dat de mensen hier waarschijnlijk minder eenzaam zijn dan in de stad, zeker de oudere mensen, maar of ze nu gelukkiger zijn ? Dat is moeilijk te zeggen want we leven hier echt wel in armzalige omstandigheden, vaak zonder televisie of water.
Tegen vier uur bereiken we het huisje waar we gaan overnachten. Er staan hier enkele zulke huisjes in het dorp. Het zijn mooie adobe huisjes die bepleisterd zijn. Er staan enkele bedden in, een keuken, een kast, tafel en stoelen. Je kan er zelf in koken. Het is best een gezellig huisje, leuker dan een grote berghut in Europa. De huisjes zijn eigendom van de gemeenschap, en de prijs die je voor het gebruik ervan betaalt is ook voor de gemeenschap.
De burgemeester in het dorp is een van de dorpsouderen, die ook worden verondersteld wijs te zijn, omwille van hun leeftijd. Dit blijkt in heel Bolivia zo te zijn op het platteland. Je stelt je hier geen kandidaat om burgemeester te worden, nee, je wordt gevraagd.
Ze hebben hier ook hun eigen dorpsrechtspraak. De dorpsoudste spreekt hier recht, en niet de staatsrechtbank. Als je hier iets doet wat de gemeenschap niet zint, spreekt de gemeenschap recht over je uit, en kunnen ze zelfs de doodstraf uitspreken en uitvoeren, zonder dat er daarna ooit nog iets over je gehoord wordt. Dit zou vorig jaar gebeurd zijn, toen twee politieagenten naar het dorp kwamen omdat een dorpeling blijkbaar van autodiefstal beschuldigd werd. De dorpsgemeenschap had er duidelijk een andere visie over, en niemand heeft de agenten die het dorp bezocht hebben ooit nog teruggezien of gehoord. Heel het dorp weet wat er gebeurd is - volgens mijn gids heeft de gemeenschap de agenten ter dood veroordeeld en hen ook effectief gedood - maar iedereen zwijgt als een graf. Daarom alleen al is het goed dat ik een gids bijheb die de lokale gebruiken kent, zodat die me kan behoeden voor problemen en ongemakken. Een van die ongemakken is bijvoorbeeld waar ga je naar het toilet ? Blijkbaar mag dat overal gewoon op straat. Handig om te weten, ik zou niet per ongelukeen of ander religieus of ritueel belangrijk plekje willen verontreinigen. (Ik moet er dan wel bijvertellen dat heel het landschap zo bevuild is dat het waarschijnlijk niet zou opvallen, maar toch ... )
Op ons huisje staat zelfs een zonnepanneeltje, dat is al een begin, maar het staat in schril contrast met al het vuil dat je onderweg overal tegenkomt. Volgens mijn gids doet de overheid veel te weinig om het ecologisch bewustzijn van de mensen te stimuleren en neemt niemand hiertoe enig initiatief. Op school krijgen de kinderen nochtans wel les over ecologie en biodiversiteit, maar het is wel het laatste hoofdstuk van het handboek natuurwetenschappen.
Op zondag volgt een aangename wandeling door de krater, waarna we de klater uitklimmen en afdalen langs een mooi berglandschap. Onderweg komen we trouwens dinosaurusvoetsporen tegen. Het is hier niet de enige plaats waar die sporen gevonden werden, dichter bij Sucre zijn er ook een aantal plaatsen waar je dinosaurussporen kan zien.
We wandelen verder tot de auto ons komt oppikken en we verderrijden naar Potolo, een dorpje dat vooral bekend is om het handgeweven textiel. Het is ook een rijker dorp, en dat merk je dadelijk.
Nadien terug naar Sucre, en de avond afgesloten met een gezellig avondmaal in cafe Amsterdam.
Patrick
Ondertussen in Sucre
Dag beste mensen in België,
Laat ik beginnen met jullie jaloers te maken, het is hier half twee 's middags, een stralende zon en lekker warm, echt terrasjesweer. Alleen kennen de Bolivianen geen terrasjes, wel open patio's en da's ook leuk.
De tijd vliegt nu echt wel, morgen is alweer de laatste dag van mijn voorlaatste werkweek.
In mijn vorig verslag was ik vergeten jullie nog enkele anekdotes te vertellen. Maandag had ik echt wel al mijn geduld nodig om te proberen een jongen zijn aandacht bij zijn rekeningoefeningen te houden. Op een bepaald moment was hij trouwens buitengeglipt en kwam hij terug binnen met een ijslolly die hij in het stalletje voor de Hogar was gaan kopen. Als ik zo even naar hem keek stak hij die ijslolly gewoon in zijn rugzak. Ik zei hem toch dat die zou smelten maar dan haalde hij zijn schouders op en zei dat het best wel zou meevallen. Er staat elke dag een snoepstalletje voor de deur van de Hogar, en de eigenares van dat stalletje heeft haar standplaats zeer strategisch uitgekozen. Uiteindelijk vond ik het wel zielig dat hij die ijslolly in zijn rugzak had zitten dus liet ik hem die maar eerst opeten, nadien heeft hij toch terug een poging gedaan om zich te concentreren.
Er zijn in de Hogar 80 jongens. Ik ken ze uiteraard niet allemaal bij naam, maar ik probeer om elke dag van twee jongens extra de naam te onthouden. Ze maken er ook graag een spelletje van om, als ze zien dat je twijfelt over hun naam, je gewoon een andere naam te zeggen. Op die manier raak je natuurlijk helemaal in de war.
Maandag stonden Ernesto en Jaime, twee broertjes, op de Hogar samen met hun papa. Een tijdje geleden had een van hen een ruit gebroken, en als de kinderen een ruit breken of iets anders beschadigen moeten de ouders de schade vergoeden, of moeten ze die schade komen herstellen. Maandag kwam de papa van Jaime en Ernesto dus de gebroken ruit, waarvan ik de scherven had verwijderd, herstellen. Ik vond het al een wonder dat die ruit effectief hersteld werd, ik dacht dat het gewoon een gat zonder ruit zou blijven, zoals de vele andere gaten waar geen ruit meer instaat. Nee dus, Ernesto of Jaime had de ruit per ongeluk gebroken, en papa kwam de ruit herstellen. Er staat nu dus een nieuwe ruit in, maar de klodders siliconen op de ruit hangen er ook nog op, en zullen waarschijnlijk blijven hangen ...
Ondertussen zijn er ook nog enkele nieuwe franse vrijwilligers gearriveerd, het is wel niet duidelijk hoe lang ze gaan blijven. Fiona, de vrijwilligster uit Engeland die een maand heeft gewerkt, stopt er morgen mee.
Als ik 's middags terug begin te werken om 15 u. is een van mijn eerste taken altijd de jongens uit hun slaapkamers gaan halen, zodat ze kunnen gaan studeren of iets anders doen. Ik merk dat ik veel te weinig gezag heb : het lukt me nooit alle jongens beneden te krijgen, ze hebben altijd wel iets te doen, willen vijf minuten in hun bed blijven liggen, spelen verstoppertje in de kast of onder bed, nee, ik heb echt wel veel te weinig gezag. Gisteren zei een van de medewerksters dat ik de jongens ook mag straffen als het nodig is. Dat is al helemaal niet aan mij besteed. Je kan je trouwens de vraag stellen of het aan een vrijwilliger toekomt gezag uit te oefenen over de jongens, maar kom. In de namiddag is de deur naar de slaapkamers trouwens op slot en mogen ze daar enkel komen als ze iets moeten gaan halen, zich willen douchen of hun kleren wassen. Een van de meest ondeugende speelvogels, Manuel, ging ik gisteren helpen met zijn schoolwerk. Die jongen heeft echt een gloeiende hekel aan schoolwerk. Hij moest even in zijn slaapkamer zijn om zijn schrift te gaan halen, maar toen ik hem ging zoeken toen hij na vijf minuten nog niet terug was heb ik gewoon de deur op slot gedaan. Blijkbaar had hij zich onder een bed verstopt, ik had in elk geval geen zin in verstoppertje spelen. Toen het tijd was om de jongens een vieruurtje (hier een vijfuurtje) te geven heb ik hem gewoon voor de gesloten deur laten staan, en uiteindelijk is hij zonder vieruurtje naar school vertrokken. Ik zal dan toch een klein beetje gezag hebben,
Voor de rest was het tot nu toe een vrij gewone werkweek, iets rustiger omdat we toch met heel wat meer vrijwilligers zijn. De jongens blijven zeer aanhankelijk en s'middags trekken ze nog altijd om ter hardst aan mijn mouw om bij hen aan tafel te komen zitten,
Vanmorgen beleefde ik toch terug zo'n moment waarop je beseft waarom je dit werk doet. Een van de jongens waar ik heel goed mee opschiet, Zelaya, vroeg me om een woordspelletje te spelen, ik denkdat het galgje is, waarbij alle letters in een zin door streepjes vervangen zijn, en je door het noemen van letters achter de verborgen zin komt. Zelaya had twee verborgen zinnen voor me gemaakt. Hij had volgende twee zinnen bedacht : Patrick en Zelaya zijn vrienden. en Zelaya heeft een vriend die Patrick heet (of is het nu noemt, ik kan dat nooit onthouden) Ik smolt gewoon. Het zal echt geen evident afscheid worden volgende week.
Ik heb op dit moment ook wel meer dan voldoende ontspanning. Dinsdag ging ik na het eten nog een Mojito drinken in mijn stamcafe, waar ik enkele bekenden tegenkwam uit de talenschool en nog meedeed aan een kwis voor het goede doel. Dat is echt wel het voordeel van een kleine stad als Sucre, als je er een tijdje verblijft kom je overal wel ergens een bekende tegen. Gisterenavond ben ik gaan wallyballen - mijn duim en mijn pink doen nog zeer, maar dat heeft waarschijnlijk alles te maken met mijn gebrek aan techniek - en nadien zijn we nog gaan eten. Wanneer je hier op restaurant gaat met een groepje moet je altijd wel voldoende tijd uittrekken, want je moet toch wel een uurtje wachten vooraleer je bediend wordt. Vanavond is het salsales, en waarschijnlijk ga ik nadien nog naar een dansvoorstelling. Morgenavond Halloweenfeest in de talenschool - ja hoor, ook hier in Bolivia kennen ze Halloween - in het weekend staat er een tweedaagse trektocht op het programma, en maandagavond ben ik uitgenodigd op het verjaardagsfeestje van Roberto, de conciërge van de school. En dan moet ik ondertussen nog tijd vinden om mijn reisblog bij te houden, jullie hebben nog een verhaal te goed van mijn trektocht van nu al bijna twee weken geleden.
Da's wel niet voor nu, want ik moet straks terug gaan werken, en ga eerst nog een ijsje eten en mijn kleren in de wasserij ophalen.
Hasta luego,
Patrick
ontspanning is belangrijk
Ja, tijdens de werkweek blijft het toch ook noodzakelijk de nodige ontspanning in te lassen. De talenschool is daarbij een goede hulp want zij organiseren op drie avonden per week een activiteit : wallybal (een soort volleybal in een squashbox), salsa en een kookavond. Ik ga meestal naar de drie activiteiten.
Vorige week dinsdag heb ik ook de tijd genomen om me te laten scheren: Je moet er echt wel je tijd voor nemen, want een scheerbeurt duurt hier ongeveer een half uur en het doet deugd zo'n beurt te ondergaan,
Ik ben ondertussen ook al twee keer gaan wallyballen, en vorige week ben ik ook terug naar de salsales gegaan, en het ging toch al heel wat beter dan twee weken voordien.
Vorige week vrijdag ben ik ook gaan koken, we hebben milanesa de pollo bereid. Het waren heel dunne gefrituurde kippenfilets. Je moet je het voorstellen als een kipfilet die je bij ons bij de slager koopt, maar die dan flinterdun gesneden wordt, gepaneerd en dan gefrituurd. Vooraleer de lapjes het frituurvet ingaan worden ze eerst letterlijk plat geslagen met een grote houten hamer. Er wordt hier in Bolivia heel veel gefrituurd. Ik kan me niet voorstellen dat ik in België een biefstuk flinterdun zou snijden,er danmet een hamer zou op slaan, om dan die dunne lapjes te frituren. Hier kan dat dus wel, milanesa de resa heet dat dan. Gewoon een stuk vlees bakken zoalswij dat doen heb ik hier nog bijna niet gezien.
Rare jongens, die Bolivianen,
Ciao,
Patrick
Het begin van een nieuwe werkweek
Hallo,
Vanmorgen ben ik vrolijk wakker geworden en keek ik er naar uit om de gasten terug te zien. Na mijn ontbijt zag ik op straat iets wat me toch echt wel schokte. Een oude vrouw stond recht boven een rioolputje om zo rechtstaand op straat te plassen, of om gewoon haar plas te laten lopen. Het was een van die vele oude mensen die op straat een bedelend bestaan leiden. Ik vond het echt wel schrijndend dat die vrouw op zo'n mensonwaardige manier naar het toilet moest gaan, als ik het zo al kan benoemen. Het gebrek aan zorg voor de ouderen hier in Bolivia vind ik eigenlijk het meest schrijnende dat ik hier al gezien heb. Het stuit me tegen de borst dat mensen in hun laatste levensfase eenzaam op straat moeten proberen te overleven.
Eenmaal aangekomen op mijn werk werd mijn naam langs alle kanten geroepen, iedereen had blijkbaar hulp nodig. Ze vraqen dan wel hulp, maar hun aandacht is zo vlug afgeleid. Als ze zich al een halve minuut kunnen concentreren is het al veel. Het is natuurlijk niet evident, als er iemand (ik dus) je vraagt om je te concentreren op staartdelingen, terwijl anderen in dezelfde zaal aan het spelen, roepen, vechten, hollen, ... , zijn. Een rustige studieomgeving zou soms wel handig zijn,
Aurelio heeft zich met een aantal jongens afgezonderd en hij gaat vanaf vandaag engelse les geven aan een groepje jongens. Achteraf bleek zijn groepje zo heterogeen te zijn samengesteld dat het ook weer niet haalbaar is. Alle leeftijden en alle niveaus zitten hier dan ook door mekaar. Vanaf morgen gaat hij in gediversieerde groepjes werken. Ik ben benieuwd.
Ik heb me vandaag vooral bezig gehouden met individuele begeleiding, in de voormiddag rekenen en spaanse woordenschat,, in de namiddag tekenen en schilderen, en dat is me prima bevallen. Het was een heel fijne werkdag, waarin een heel aantal jongens zich ook weer zeer aanhankelijk toonde.
Het is ook wel fijn dat je, hoe beter je de jongens leert kennen, merkt dat ze allemaal toch hun individuele behoeftes hebben, en dat je dan ook kan inspelen op die behoeftes. Met een aantal jongens heb ik toch echt al een stevige band opgebouwd, en dat voelt echt wel goed aan.
Patrick