Halverwege mijn werk, vervolg
Hallo,
Het is hier ondertussen maandagavond, en ik sta met mijn blog hier al meer dan een week achter ... Tijd dus om nog wat te schrijven. Ik heb hier ondertussen een internetcafe gevonden om de hoek van waar ik woon en het internet is er snel, da's handig.
Toen ik vorige week maandag op het werk toekwam werkte de bel niet. Als ik vraag hoelang de bel al kapot is en wie ze zal maken of wanneer ze zal gemaakt worden krijg ik als antwoord enkel opgehaalde schouders. Ze vragen of ik het misschien kan oplossen. De toiletten zijn ook al enkele dagen stuk, er is iets mis met de watertoevoer, maar ook daar wordt blijkbaar niets aan gedaan. De week voordien had een jongen een ruit gebroken, maar de stukken glas bleven er gewoon inzitten. Toen een van de jongens zijn hoofd door het gat met de stukken glas stak sloeg de schrik me om het hart en kon ik het echt niet meer aanzien, Ik heb toen zelf de resterende stukken glas er uit geslagen en opgeruimd. Ik heb zelf ook het naambord op straat opgepoetst. Het was overplakt met reclame maar niemand had tot dan toe de moeite genomen om het te verwijderen.
Zo gaat het hier wel vaker. Mensen zien of weten dat er dingen mis zijn, maar nemem weinig initiatief om de handen uit de mouwen te steken om iets te veranderen. Da's eigenlijk ook een beetje wat ik enkele verslagen geleden bedoelde met een gebrek aan efficiëntie. Mensen nemen de dingen aan zoals ze zijn, ze gaan er van uit dat de dingen nu eenmaal zo zijn, ze nemen niet zoveel verantwoordelijkheid. Ik heb het er met een Nederlander die hier al vijf jaar woont nog over gehad. Zo'n 10 procent van de bevolking neemt verantwoordelijkheid en probeert iets van hun leven te maken, de rest moddert eigenlijk maar wat aan en probeert te overleven.
Ik moet het hier natuurlijk niet al te pessimistisch voorstellen, tegen maandagmiddag hadden enkele van de oudste jongens de bel gerepareerd, en ze werkt nog steeds ! In de loop van de week hebben ze ook getracht wat loodgieterijwerk uit te voeren, maar de meeste toiletten hebben nog altijd geen water. Al chance zijn er enkele toiletten die toch nog stromend water hebben.
Vlak voor het eten zie ik een van de jongens op de trap zitten, terwijl hij aan het proberen is om met een rode draad een blauw vestje te repareren. Hij zit echt beteuterd naar zijn vestje te kijken, en de reparatie lukt ook niet zo goed. Ik ga aan een van de personeelsleden vragen hoe dat nu eigenlijk zit, of ze zelf hun reparaties moeten uitvoeren, Blijkbaar hebben de meeste jongens toch nog een mama, de papas zijn meestal al geruime tijd van het toneel verdwenen. Er zijn enkele jongens die volledig wees zijn en die wonen dan bij een oom of een tante. De jongens gaan op zaterdag op eigen houtje naar huis, met de bus of de camion, en komen dan zondagavond of maandagochtend terug. Voor sommigen is het echt wel een lange reis, zo heen en weer van Hogar Mallorca naar thuis. De jongens wonen in de Hogar omdat hun moeder niet voor hen kan zorgen. Maar om even terug te komen op het repareren van kleren, als de jongens hun kleren stuk zijn moeten ze die zelf repareren, of het door hun mama laten repareren. Soms komt er een mama naar de Hogar om de kleren van haar zoon te repareren. De jongens strijken trouwens ook zelf hun kleren.
Op maandagnamiddag komt de mama van twee van de jongens naar de Hogar. Ze komt op mij afgestevend en geeft me twee zoenen, als dank voor wat ik voor haar zoons doe. Op zo'n moment weet je dat je met een goed werk bezig bent.
Vorige week was een van de jongens thuis gevallen en had hij zijn arm gebroken, Met die gebroken arm was hij naar de Hogar gekomen. Ik ben mee naar het ziekenhuis geweest om de breuk te laten gipsen. Het was ook best boeiend om zo in een zuidamerikaans ziekenhuis binnen te komen, al was het maar om te weten dat je er zelf als patient best buiten blijft. Ik denk dat het voor zuidamerika nochtans een goed ziekenhuis was - het is het enige ziekenhuis van het derde niveau ( de geneeskunde is hier georganiseerd op drie niveaus en het derde is het hoogste) , het is volledig uitgerust, met een kinderafdeling, een oncologieafdeling, maar toen ik door een openstaande deur een ziekenzaal binnenkeek en al die mannetjes daar zag liggen in hun zelfde pyama's had ik echt zoiets van laat me hier nooit terechtkomen. Het was wel een publiek ziekenhuis, de private ziekenhuizen zijn blijkbaar (een klein beetje) beter: Ik hoorde ook het verhaal van een priveziekenhuis waar patienten in bedden lagen onder lakens die besmeurd waren met bloedvlekken van andere patienten. Gezond blijven is dus de boodschap:
Vorige week is er ook een nieuwe vrijwilliger gestart, Aurelio in het Spaans, of Aurelien in het Frans, want hij komt uit Frankrijk. Hij heeft een sabbatjaar genomen en is al 9 maanden op reis, en is van plan om vier tot zes weken in Sucre te blijven. Hij is luchtverkeersleider en is goed in wiskunde en fysica, dat is goed meegenomen. De jongens kunnen er maar van profiteren.
Hasta la proxima,
Patrick
Reacties
Reacties
Toffe verhalen Patrick , ik lees dit liever dan wat er in onze dagelijkse kranten staat. groetjes Eddy
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}