patrickvannoyen.reismee.nl

een hoogtepunt in mijn leven

Hallo,

Zet jullie alvast schrap voor een lang verhaal. De weergoden moeten we hier wel graag zien want ondanks het feit dat het eigenlijk niet het geode seizoen is om in de bergen te wandelen is het een super geslaagde trekking geworden, met (meestal) prima wandelweer. Het was ook geen superzware trekking, mijn schoonbroer heeft me in het verleden al zwaardere tochten voorgeschoteld, maar dat was op het einde van een lange reis ook niet echt nodig.

De eerste dag was een rustige dag, we zijn om 9 u. vertrokken, hebben nog enkele inkopen gedaan, we zijn een tent gaan huren, hebben gemiddagmaald en zijn om half twee beginnen wandelen. De altiplano was echt wel een total ander landschap dan de landschappen waarin ik mijn vorige wandelingen maakte. Dat is ook logisch want ik wandelde nu constant boven de 4.200 m. Ik heb hier in Bolivia op verschillende hoogtes wandelingen gemaakt en het is echt onvoorstelbaar hoeveel verschillende landschappen ik te zien heb gekregen. Ook nu was het weer een prachtige omgeving : natuurlijke meren, llamas en alpacas die de karige begroeiing begrazen Het enige wat hier op deze hoogte groeit is een soort heel stug gras, waarvan ik de Spaanse naam weeral ben vergeten, maar dat llamas en alpacas om een of andere reden toch lekker schijnen te vinden. Ik begin er in te slagen llamas en alpacas uit elkaar te houden, maar Ignacio, mijn gids, schiet altijd in de lach als ik het toch weer mis heb. Rond drie uur waren we al op onze kampplaats, het is te zeggen een groot gebouw waar we binnen kunnen slapen en eten, dus kamperen is het niet echt. Eenmaal aangekomen is het gewoon genieten van het goede weer. Er is onderweg wel wat ijssneeuw gevallen, maar daarna scheen de zon terug. Ignacio stelde me voor nog een toertje te maken rond de vlakbij gelegen lagune. Het was een mooi wandelingetje maar op het einde voelde de grond zowat aan als een spons. De grond gaf mee met elke stap die je deed. Ik moest ook enkele plassen oversteken, en dan gebeurde het, jullie kunnen het al raden, ik stak een klein plasje over, zette mijn voet op de grond, maar stak pardoes tot aan mijn knieen in de slijk.Natuurlijk had ik uitgerekend die ene nog min of meer propere broek aan, en daar stond ik dan, druipend van de slijk. Er zat niets anders op dan te doen wat de Boliviaanse vrouwen zo vaak moeten doen, nl. Mijn broek, sokken en schoenen te wassen in de rivier. Zo heb ik dat ook eens gedaan. Ik had het geluk dat er in het riviertje een klein watervalletje was dat net genoeg kracht had om alle slijk van mijn broekspijpen, mijn sokken en mijn schoenen te spoelen. Mijn broek wa anderhalf uur later al terug proper en droog. (als je niet te nauw kijkt, maar dat doe ik hier al lang niet meer ). Verder was het genieten van de omgeving, van de zon, van de thee die Ignacio gezet had met de bijhorende koekjes. Traag reizen heeft zo zijn voordeel. We kwamen meestal zo rond 14.30-15.00 u. op onze kampplaats aan, zodat we alle tijd hadden om rustig onze tent op te zetten, thee te drinken, te relaxen en uit te rusten, te genieten van het landschap en de zon, om te schrijven. Het was zeker geen speedy trekking, en daar ben ik wel blij om. Ik kon echt wel genieten van het rustige tempo dat we aanhielden. Ik moest ook niet vroeg opstaan, Ignacio maakte het ontbijt klaar tegen 7.30 u, dat was pure luxe.

Toen ik zaterdag om 7 u: mijn ogen opentrok en naar buiten keek had ik wel een deja-vu gevoel, ik kon immers niets zien. Toen ik de deur opendeed overviel me een ijzige koude, en bovendien viel er nog eens ijssneeuw. Ik had al meer zin om terug in mijn slaapzak te kruipen. Na een bezoek aan het toilet was ik helemaal verkleumd. Ignacio zei dat we gewoon een uurtje zouden wachten, in de hoop dat het uit zou klaren, we hadden toch voldoende tijd, er waren maar vijf stapuren voorzien. En ziedaar, een half uurtje later kwam de zon erdoor, en onze klim tot aan de eerste pas (4850 m. hoogte) konden we bijna volledig in de zon doen. We zagen de donkergrijze wolken wel dichterbij komen, maar de rest van de dag bleef het op af en toe wat ijssneeuw na droog. Toen we op de boven op de tweede pas (4.900 m.) kwamen, was het opnieuuw helderder zodat ik nog enkele kleine bultjes van zo een twintig meter hoger kon opklimmen. We hadden hele mooie uitzichten, maar ik had me eigenlijk aan een ander landschap verwacht. Ik had me vooral aan besneeuwde pieken verwacht op deze hoogtes, maar eigenlijk was het een vrij bruin en grijs landschap – veel groen is er boven de 4.500 m: sowieso niet, hoogstens enkele mossen – met afgeronde bergen die me eerder hoge heuvels leken, maar op het einde van de wandeling kreeg ik wel het verwachte landschap : een prachtig blauw bergmeer, met daarachter een gletsjer en enkele besneeuwde bergtoppen. Tegen dan scheen de zon ook terug en kon ik rustig genieten van het prachtige uitzicht. Na de koekjes, de thee en het avondmaal kroop ik mijn tent in, voor een lange nacht. Ik ging slapen en ontwaakte de volgende ochtend met hetzelfde deuntje, tokkelende regen op mijn tent.

Op zondagnamiddag had ik om half vier verschillende redenen om mijn tent op te zoeken. Om dit verhaal te schrijven, om na te genieten van een geweldige dag, om voor de regen te schuilen, om de weergoden een dankgebedje te zeggen voor het mooie weer van zondag, om gewoon even uit te rusten, om te genieten van een hoofdstuk in mijn boek dat naar boven was gebracht door een ezel, waarvoor dank. Nee, niet ik was dit keer de ezel, maar een echte viervoeter. Dat beestje moet trouwens niet over de bergpassen klauteren, maar mag er rond gaan om op hetzelfde punt als wij uit te komen. Het zijn alleen mensen die zo gek zijn om over de bergen te klauteren. Mijn tent hadook een beetje een ezelaroma, dat is eens wat anders dan een zweetvoetaroma. Zondag was echt een prachtige dag, met alles wat ik van een dag in de bergen verwacht, prachtige besneeuwde bergtoppen, bergmeren, een kolkend bergriviertje dat we veiligheidshalve op onze blote voeten en met opgestroopte broekspijpen overstaken - een goede oefening voor mijn evenwichtsgevoel - af en toe wat handen en voetenwerk - waarbij Ignacio op de lastigste stukken zo vriendelijk was om mijn wandelstokken over te nemen zodat ik mijn handen vrij had om grip te zoeken op de rotsen – en niet te vergeten de zon, al was het ook maar een waterzonnetje. Zondag was ook letterlijk de hoogdag van deze reis, we staken immers een bergpas over op 5.050 m. hoogte. Het was het hoogste punt dat ik deze reis al wandelend bereikte, al kan het wel zijn dat ik in Uyuni ook op die hoogte ben geweest, maar daar was het per auto, dus dat reken ik niet mee. Het was ook het hoogste punt dat ik in mijn leven ooit al stappend bereikte, het vorige hoogtepunt was 5.001 m., vandaar de titel van dit verhaal. Ik was dan ook best fier op mezelf, en was blij dat ik op deze hoogte geen enkel lichamelijk probleem had, ik had geen last van de hoogte of van mijn ademhaling, en zelfs op 5.000 m. hoogte ging mijn hartslag niet boven de 140, niet slecht, al zeg ik het zelf. Nu is die 5.050 m. op zich niet echt spectaculair, heel wat toeristen hier doen een gooi naar en bereiken de top van de Huyana Potosi, de´laagste´zesduizender hier in Bolivia, maar ik was blij met mijn nieuwe record. Atleten zijn trouwens toch ook blij als ze een tiende van een seconde van hun record afpitsen, ik vond dan ook dat ik voldoende reden had om fier te zijn op mezelf. Boven de 4.800 m. was het wel niet altijd even makkelijk, maar ik nam gewoon altijd een mikpunt zo een veertig meter verder, waar ik me dan even een rustpauze gunde, en ik was blij als ik af en toe een mikpunt kon overslaan.

Ik was ook heel blij met Ignacio als gids op deze tocht, hij is werkelijk een heel goede gids en ook een goede kok. Ignacio is geboren op de altiplano, en dat merk je. Hij kent de streek op zijn duimpje, kent alle wegen en alternatieven. Hij kent ook alle planten bij naam en hij vertelt me ook telkens waarvoor je ze kan gebruiken – niet dat ik dat allemaal onthoud maar kom – en hij is ook trots om me zijn geboortestreek en de streek waar hij is opgegroeid te tonen. Wat ik hier in Bolivia heb geleerd is dat de beste gidsen degene zijn die opgegroeid zijn in de streek waarin ze werken. Ignacio vertelt me dat er reisorganisaties zijn die je met een gids op weg sturen die enkel de weg kent van punt A naar punt B, verder niets, en die dan ook gemakkelijk verloren lopen. Carmelo, de gids in Samaipata, was ook in Samaipata geboren en getogen, en dat merkte je echt wel. Ignacio neemt ook de tijd om rustig te wandelen en te genieten van het landschap, i.p.v. vooruit te vliegen. Daarom gidst hij ook liever trekkings dan echte beklimmingen. Een trekking is veel rustiger, gevarieerder, je ziet veel meer van het landschap. Nee, geef mij ook maar een mooie trekking dan een echte beklimming. Af en toe kan dat wel eens leuk zijn voor een keer, maar daar blijft het dan ook bij. Ik heb zeker niet de ambitie om zoveel mogelijk bergtoppen op mijn palmares te zetten. Zo hebben veel toeristen hier in Bolvia de Huyana Potosi beklommen, om boven de magische grens van 6.000 m. te geraken, ik heb dat niet gedaan, maar heb wel genoten van de schoonheid van deze berg, die ik langs alle kanten heb kunnen bewonderen. Als het echt goed weer was geweest had Ignacio graag met mij een top van 5.350 m. willen beklimmen, maar zo goed was het weer nu ook weer niet, en toen ik aan de voet van die berg stond en naar boven keek had ik ook zoiets van, nee laat maar.Ik vond trouwens de uitzichten die ik te zien kreeg al zo adembenemend dat ik echt niet de behoefte had om te proberen er nog een of andere top bij te doen.

Wordt morgen vervolgd wegens acute aanval van vermoeidheid van de auteur,

Hasta manana,

Patrick

Reacties

Reacties

vera VDB

Zeer mooi verhaal Patrick, met liefde voor de natuur geschreven. Het moet echt de moeite geweest zijn daar! Geniet ervan...

San

beetje lang om het nu in de rapte te lezen,
aan de titel kan ik alvast afleiden dat het je beviel :-)

Misschien ipv hoogtepunten,
gaan voor een hoogteplateau ?
Dan hoef je niet naar dieptepunten te dalen ;-)

Knuffie,

San

Willy

Ik verstrooid? Mmmm... toch een beetje (veel)!
4850 m - Dat is de Mont Blanc - proficiat - He, zo hoog ben ik ook reeds geweest, wel in een lekker warme bus! De pas tussen Lima-La Oroya is even hoog.
5005 meter - Zo, hoog ben ik ook reeds geweest - in een 4*4 dan wel! We zijn toen via een veldweg over een pas van 5500 m gereden (tussen Huanuco en Huaras). Ik voelde me toen - nu nog - een echt luie toerist. Wat me toen verwonderde was dat er zelf daar bewoning was (een hoeve met paard!). Mijn schoonbroer (Humberto) dacht nooit dat daar nog mesen zouden wonen.
En inderdaad sta je te kijken van het landschap op deze hoogtes - in (bijna) niets te vergelijken met onze Alpen. Ik vind eerder iets hebben van de Pyreneeën (het hoge deel boven Parque Nacional de Ordessa - Breche de Roland/Monte Perdido).
Ergens in Peru is een vallei boven de 4000 meter waar plots terug (denne)bomen staan. Dat is pas bizar - eerst kale hoogvlaktes en dan plots bosjes en een idylisch meertje.

Godelieve

Een heel fijn verhaal;ik zie het voor mij gebeuren.
Ik heb een vraagje: nog 10 dagen en het is Kerstmis. Wordt dat in Bolivia ook zo commercieel aangepakt? Heb je daar al iets van gezien ? Je zit nu waarschijnlijk wel ver van de centra maar toch.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active